Spiralen van zwarte rook

afbeelding van Robert Onus

Robert Onus

logistiek medewerker

Logistieker Robert Onus werkte zeven maanden in het noordwesten van Irak, om hulp te bieden aan Syrische en Iraakse vluchtelingen in een conflictgebied. ‘Het was een continue strijd tegen de klok.’

We werken voortdurend onder grote druk. De humanitaire en medische noden onder de vluchtelingen uit Syrië, de vluchtelingen uit Irak zelf en onder de lokale bevolking zijn enorm. En het kost enorme moeite om voorraden in het gebied te krijgen en medische voorzieningen draaiende te houden.

 

Frontlinie

Mijn standplaats was Dohuk. Vanuit Dohuk regelde ik de inkoop en logistiek van onze medische materialen en hulpgoederen. Zo ook voor de mobiele klinieken die we organiseren in Ninewa, een gebied vlakbij de frontlinie van gevechten tussen IS en Koerdische troepen. Maar ik moest daar ook ter plaatse zijn, om een basis te vinden, een kantoor op te zetten en voorraden heen te brengen.

 

Onontplofte explosieven

Het leek simpel zat om een huis in die regio te vinden. Maar de meeste huizen bleken deels of volledig verwoest door de gevechten en in veel gebouwen waren onontplofte explosieven achtergebleven. Uiteindelijk vonden we iets, in een klein dorp op het platteland, dat grotendeels verlaten was omdat veel inwoners al eerder gevlucht waren. Dohuk is een behoorlijk grote, moderne stad met een fatsoenlijke technische infrastructuur. Hier hadden we nauwelijks basisvoorzieningen. We moesten alles opnieuw opzetten.

 

Vele huizen in Noordwest-Irak zijn deels of volledig verwoest bij gevechten.

 

Achter de heuvels

Ondanks dat het dorp nabij de frontlinie lag, was het op het oog een vredige omgeving: het landschap kenmerkte zich door glooiende heuvels, waarop kuddes schapen kalm liepen te grazen. De gevechten vonden doorgaans dan ook plaats achter die heuvels. Je hoorde dan de gevechtsvliegtuigen en zag de spiralen van zwarte rook in de lucht. Dan wist je dat de bommen gevallen waren.

 

Ontberingen

Over de hele regio zijn vluchtelingenkampen. De mensen in de verschillende kampen moeten veelal dezelfde ontberingen doorstaan: leven in een krappe tent met veel andere vluchtelingen, in de winter de kou doorstaan, in de zomer de moordende hitte, altijd een gebrek aan voedsel, schoon water en fatsoenlijke sanitaire voorzieningen.

 

Betonnen skeletten

De mensen die niet in de vluchtelingenkampen terechtkomen, hebben het misschien nog wel zwaarder. Zij zitten veelal in verlaten gebouwen, waarvan vele nog gebouwd werden maar niet afgemaakt zijn. In die betonnen skeletten gebruiken mensen plastic zeil om zich tegen het weer te beschermen. Schoot water en sanitaire voorzieningen zijn er dikwijls niet. In een van de gebouwen die we bezochten met een mobiele kliniek, was een open riolering gemaakt op de onderste verdieping. Natuurlijk werden veel bewoners ziek. Het is altijd wachten op ziekte-uitbraken bij zulke erbarmelijke leefomstandigheden.

 

Veel vluchtelingen leven in verlaten gebouwen die nog onder constructie waren toen de oorlog uitbrak en nooit afgemaakt zijn.

 

Gemotiveerd

We werkten met hulpverleners uit Irak en Syrië en zij waren allemaal, zonder uitzondering, bijzonder goed in hun werk. De meesten waren zelf vluchteling, die we ter plaatse rekruteerden. In het gouvernement Dohuk leven ongeveer een half miljoen vluchtelingen, waaronder veel hoogopgeleide, gekwalificeerde en zeer gemotiveerde mensen. Zij willen graag helpen – ook omdat zij met hun baan bij ons hun eigen gezin kunnen onderhouden. Een van de mensen in mijn team had een universitaire graad in natuurkunde. Een ander was zowel elektricien als letterkundige.

 

Lange dagen

Samen maakten we lange werkdagen. Tegen de noden in het gebied was eigenlijk niet op te boksen, of we nu dagen van twaalf, veertien of zestien uur maakten. Er liepen vele projecten op vele verschillende plaatsen en wij regelden de logistiek voor alles, zodat onze medische teams hun werk konden doen. Het was eigenlijk een continue strijd tegen de klok.

 

Met mobiele klinieken helpt Artsen zonder Grenzen in Noordwest-Irak vluchtelingen uit Syrië en Irak zelf. De noden onder deze mensen zijn enorm.

 

Kunnen niet wachten

Daarnaast konden we niet in alle gebieden helpen. Die waren te gevaarlijk om heen te gaan. Je wordt dan ook steeds herinnerd aan het gegeven dat je in een oorlogsgebied bent. Ook doordat sommige Syrische en Iraakse collega’s ervoor kozen om Irak helemaal te verlaten, in de hoop met hun gezinnen veiligheid in Europa te vinden. Zij zagen hun woonplaatsen in rook opgaan, hun land ten onder gaan aan chaos en hun kansen op een toekomst verdwijnen. Zij wilden niet langer wachten op het einde van de oorlog – een einde dat nog heel lang op zich kan laten wachten. Zij wilden weer een normaal leven opbouwen.

 

Schijnbaar uitzichtloos

Ik kon het ze onmogelijk kwalijk nemen. Het was voor mij af en toe ook moeilijk om om te gaan met de schijnbaar uitzichtloze situatie in dit gebied. Ik werkte ook in West-Afrika, tijdens de ebola-epidemie. En daar wist je: het is zwaar en moeilijk, maar deze ziekte is te bestrijden, er komt een einde aan als we volhouden. Dat is hier niet zo. En dat knaagt soms. Maar dat is niet waarom wij, als hulpverleners Artsen zonder Grenzen, er zijn. Onze missie is niet een einde maken aan oorlog. Onze missie is om hulp te bieden aan de slachtoffers van die oorlog, omdat zij die hulp anders niet krijgen. Ik ben blij dat ik daaraan kan bijdragen.


afbeelding van Robert Onus Geschreven door: Robert Onus
Robert Onus, uit Australië, werkt als logistiek medewerker voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld