Herinneringen aan Helmand

afbeelding van Sam Templeman

Sam Templeman

verpleegkundige

De Australische kinderverpleegkundige Sam Templeman bracht 2015 door in de Afghaanse provincie Helmand. Hij deelt zijn persoonlijke, soms emotionele ervaringen.

In provinciehoofdstad Laskargah gaf ik leiding aan de kinderafdeling en het voedingscentrum in het Boost Ziekenhuis. Ik zeg ‘leiding’, maar eigenlijk betrof het een combinatie van zelf zorg bieden, Afghaans medisch personeel trainen, voorraadbeheer, roosters opstellen en andere vormen van personeelszaken. Het was, op zijn minst, gevarieerd. Daarbij ging het vooral om het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor onze patiënten.

 

700 medewerkers

Het Boost Ziekenhuis is behoorlijk groot – zeker als je het afzet tegen ‘normale’ projecten van Artsen zonder Grenzen. Internationale hulpverleners geven leiding aan de verschillende afdelingen, van de operatiekamers tot de intensive care. Het overgrote deel van het medisch personeel is Afghaans. Er werken bijna 700 Afghaanse hulpverleners in het ziekenhuis.

 

Nerveus

Op de kinderafdeling en in het voedingscentrum werken alleen vrouwelijke medewerkers. Dat maakte me in het begin een beetje nerveus. Ik was bang dat ik verkeerde dingen zou zeggen of doen – we komen nu eenmaal uit totaal verschillende culturen. Maar al snel had ik door dat ik me aanstelde. Zo leerde ik dat een van de verpleegkundigen op de kinderafdeling net als ik veel van de sport cricket houdt. Op dat moment waren net de wereldkampioenschappen, die Australië won. Ze vertelde me dat, omdat mijn land had gewonnen, ik de hele afdeling op kebab moest trakteren. Mijn argument dat zij daarom mij moesten trakteren werd hard weggelachen!

 

Afghaanse vrouwen wachten met hun kinderen in een wachtkamer in het Boost Ziekenhuis.

 

Nauwelijks goede zorg

Er zijn enorme medische en humanitaire noden in deze regio, maar er is nauwelijks goede, gratis medische zorg. Veel mensen bezoeken privéklinieken of -apotheken, waar ze voor hun behandeling of medicijnen moeten betalen. De kwaliteit van die zorg en medicijnen is dubieus. Veel mensen komen naar ons ziekenhuis omdat ze de zorg erbuiten helemaal niet kunnen betalen. Dat is dan ook vaak voor dingen die eigenlijk door een gewone huisarts te behandelen zijn.

 

Neerwaartse spiraal

De humanitaire situatie in de provincie wordt vooral weerspiegeld in het voedingscentrum, waar we ondervoede kinderen behandelen. Ondervoeding wordt niet enkel veroorzaakt door een gebrek aan voedsel. Iedereen die weleens ziek is geweest, weet je dat je eetlust kan verliezen door ziekte en daardoor ook wat gewicht. Een kind in dit deel van de wereld, zonder goede zorg in de buurt, zonder goed eten en goede sanitaire voorzieningen, loopt een grote kans vaak ziek te worden. En elke keer als dat gebeurt, verliest hij meer gewicht. Zo komt hij in een neerwaartse spiraal terecht, tot hij ernstig ondervoed is.

 

Abdullah is zeven maanden oud. Hij ligt op de intensive care van de kinderafdeling. Zijn moeder waakt dag en nacht bij zijn bed.

 

Levensgevaarlijk

Eén ervaring in het voedingscentrum staat me vooral bij. Er lag een kindje opgenomen dat kwashiorkor had. Kwashiorkor is een vorm van ondervoeding die veroorzaakt wordt door een langdurig gebrek aan eiwitten. Als gevolg ervan zwelt het lichaam erg op. Het is een levensgevaarlijke aandoening. We onderzochten hem, behandelden hem, deden aanvullende tests, maar niets sloeg aan, hij werd maar niet beter en we wisten niet hoe dat kwam.

 

Huilen

Maar het is niet zozeer het jongetje dat me is bijgebleven, het is zijn moeder. Ze was nog erg jong, zoals vele nieuwe moeders hier erg jong zijn. Ze huilde aan het bed van haar zoon. Ze huilde en huilde en hield niet op, ze maakte zich zo verschrikkelijk veel zorgen. We wisten niet hoe we ermee om moesten gaan, het is niet gebruikelijk dat een Afghaanse vrouw haar emoties zo de vrije loop laat.

 

Op de kinderafdeling van het Boost Ziekenhuis waakt een grootmoeder over haar zieke kleindochter.

 

Troosten en informeren

Enkele andere moeders probeerden haar te troosten, net als sommige verpleegkundigen. Ik probeerde haar vooral goed te informeren over de toestand van haar zoontje. Eerst vertelde ik dat we moesten afwachten of de behandeling zou aanslaan. Een paar dagen later vertelde ik dat het bij sommige kinderen nu eenmaal langer duurt voordat we weten wat helpt. Daarna dat we onderzoeken deden om meer te weten te komen. En uiteindelijk wist ik het ook niet meer. Twee weken na zijn opname had zijn moeder het kindje meegenomen. Hij was er zeer erg aan toe. Ik weet niet of hij nog leeft. Ik hoop het.

 

Nooit klagen

We hoorden regelmatig de gevechten buiten. Op een dag was er een bomexplosie vlakbij het ziekenhuis. Een van de verpleegkundigen, Saleha, werd gebeld door haar zus, die vertelde dat hun huis geraakt was – en volledig verwoest was. Gelukkig was niemand gewond. Saleha vroeg aan me of ze eerder weg mocht van haar werk, om te kijken of er nog iets te redden viel. Alsof ze dat moest vragen. Saleha is een sterke vrouw, die hard werkt, nooit klaagt en ook nu haar emoties in bedwang hield – ondanks dat haar huis in as lag. Ze kwam zelfs later op de dag weer terug om haar werk weer op te pakken.

 

Verpleegkundige Cindy van Artsen zonder Grenzen onderzoekt een kindje van twee maanden in het voedingscentrum.

 

Voorrecht

Het was een voorrecht om met deze mensen te werken en om hen te leren kennen. Afghanistan, het land, heb ik minder leren kennen. Onze strenge veiligheidsregels voor deze context schrijven nu eenmaal voor dat internationale medewerkers maar zeer beperkte bewegingsvrijheid hebben. In de praktijk betekent dat we van ons woonterrein naar het ziekenhuis rijden en weer terug. In onze terreinwagens zien we dan de bazaar, we zien mensen rondhangen en praten met elkaar, we zien het dagelijks leven. En we willen er uit, ergens lekker thee drinken en de sfeer in de stad proeven. Maar dat kan helaas niet.

 

‘A naar B’

Vlak voor het einde van mijn missie vroeg een van de nieuwe verpleegkundigen of ik weleens naar de bazaar was geweest. Nog voordat ik kon antwoorden, begonnen haar collega’s hun hoofd te schudden. Alleen van ‘A naar B’ zeiden ze in koor. De verpleegkundige kon het nauwelijks geloven. ‘Echt? Je bent in al die tijd nooit ergens anders geweest dan het ziekenhuis of het terrein?’ Ik knikte en kon niet anders zeggen dan dat ik dat nu eenmaal niet mocht. De verpleegkundige, die pas negentien jaar was, begon hard te lachen om het feit dat haar oudere leidinggevende altijd huisarrest had.

 

Januari 2016


afbeelding van Sam Templeman Geschreven door: Sam Templeman
Sam Templeman, uit Australië, is verpleegkundige voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld