logo
Jaarverslag 2016
Meer informatie over deze foto...
Medewerkers van Artsen zonder Grenzen verzorgen een gewond kind op de intensivecare-afdeling van het Sulaymaniyah ziekenhuis. Irak, november 2016.
© Sonia Balleron

Colofon

Coördinatie: Celine The
Teksten: Bas Tielens
Fotoredactie: Celine The/Olga Victorie

Introfilm: Deep Thought Productions, Amsterdam

Webdesign: Tam Tam, Rijswijk
 

Foto’s introfilm:

Foto 1 Irak: Ton Koene

Foto 2 Nigeria: Ikram N’gadi

Foto 3 Jemen: Mohammed Sanabani/AzG

Foto 4 Libië: Ricardo Garcia Vilanova

Foto 5 Zuid-Sudan: Rogier Jaarsma

 

© Mei 2017 Artsen zonder Grenzen

 

Postcode Loterij

 


Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Onderweg van Dubie naar Shamwana is een auto van Artsen zonder Grenzen vastgelopen in de modder. DR congo, april 2008.
© Pim Ras

DR Congo

‘Het was moeilijk ons vertrek aan de patiënten uit te leggen’

 

‘Het was tijdens een van mijn laatste bezoeken aan Shamwana. We waren net geland op het vliegveldje toen ik een groep van ongeveer dertig zingende vrouwen zag. Ze namen afscheid van een chirurg van Artsen zonder Grenzen die een maand in het ziekenhuis had gewerkt. Ze bedankten hem, maar ook Artsen zonder Grenzen voor wat wij de afgelopen tien jaar hadden gedaan, omdat ze wisten dat we weggingen.’

 

'In 2016 vierden we het tienjarig bestaan van het project in het stadje Shamwana in Katanga. Toevallig was dat ook het jaar dat we vertrokken. In het licht van de ontwikkelingen in de provincie Katanga van de Democratische Republiek Congo was het logisch om dat te doen.

 

“Driehoek des doods”

Toen we het project in 2006 startten, leefden mensen in een precaire situatie, getekend door geweld en met maar heel beperkt toegang tot gezondheidszorg. Shamwana lag in het midden van wat bekend stond als de “driehoek des doods”. We besloten het kleine gezondheidscentrum van de plaats uit te bouwen tot een ziekenhuis. Het werd het enige hospitaal voor ongeveer 77.000 mensen.

 

Nauwe samenwerking

Aan het begin van 2016 konden de mensen in het ziekenhuis terecht voor kindergeneeskunde, verpleegzorg, chirurgie, een programma voor ondervoede kinderen en beperkte zorg op het gebied van hiv/aids en tuberculose. In het laboratorium konden eenvoudige diagnosen gesteld worden. Voor al die activiteiten huurden we extra staf in. We werkten daarbij nauw samen met de medische autoriteiten, die verantwoordelijk bleven voor de coördinatie van het ziekenhuis.

 

Vertrek

Nu het al een aantal jaren rustiger is in Shamwana, omdat het conflict zich verplaatst heeft, werd het voor ons tijd om weer te vertrekken. De “driehoek” is weer toegankelijk geworden. Andere organisaties zijn naar de regio gekomen en de autoriteiten hebben er gezondheidsposten opgezet. Voor ons werd het tijd om ons te richten op gebieden waar de nood hoger was.

 

Het afronden van ons project verliep erg soepel. We probeerden onze medewerkers zo goed mogelijk te informeren over de stappen die we gingen zetten. De meesten van hen begrepen dat de situatie was veranderd en dat Artsen zonder Grenzen elders harder nodig was.

 

Patiënten

Het was moeilijker om ons vertrek aan de patiënten uit te leggen. De mensen realiseerden zich maar al te goed dat de autoriteiten zonder onze steun het hospitaal niet op dezelfde schaal zouden kunnen runnen. Ook zouden ze nu weer moeten gaan betalen voor hun zorg. De hulp van Artsen zonder Grenzen is gratis, maar dat is niet haalbaar voor de autoriteiten in de landen waar we werken. Ondanks dat lieten de mensen vooral dankbaarheid blijken voor wat we hadden gedaan.’

 


afbeelding van Rhian Gastineau
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Arts Pippa Pett onderzoekt een patiëntje op de verpleegafdeling van onze kliniek in Thonyor. Zuid-Sudan, mei 2016.
© Jacob Kuehn/AzG

Zuid-Sudan

‘Ik was vaak bezorgd om onze Zuid-Sudanese collega’s’

 

‘De eerste keer dat ik in Leer landde, stond de bevolking ons op te wachten en liepen mensen met ons mee naar Leer. Iedereen was vrolijk, kinderen speelden en vroegen om de dingen waar kinderen altijd om vragen. Nu zagen we niemand en passeerden we sporen van tanks die dwars over de landingsbaan liepen.’

 

‘Zuid-Sudan wordt sinds 2013 opnieuw verscheurd door gevechten, waarbij een groot deel van de bevolking iedere dag slachtoffer van geweld kan worden. 2016 begon positief, met de uitvoering van het nieuwe vredesakkoord uit 2015. Er was hoop dat mensen terug konden gaan naar hun gebieden van herkomst. Maar met de uitbraak van nieuwe gevechten in juli, onder meer in het gebied waar Leer ligt, ging alles weer terug naar af. Mensen moesten weer vluchten, dorpen werden weer verbrand… Voor de mensen van buiten Leer betekende dit dat het voor hen te gevaarlijk werd om naar onze kliniek in die stad te komen, omdat ze dan door de frontlinie moesten.

 

Nieuwe strategie

Daarom bedachten we een nieuwe strategie om hulp te kunnen bieden om de moerassige gebieden rond de stad waar grote groepen mensen regelmatig heen vluchten. Onze Zuid-Sudanese medewerkers uit de regio, die voor hun eigen veiligheid meevluchten met de bevolking, hebben we zo goed mogelijk toegerust om eenvoudige medische zorg te bieden.

De zorg wordt gegeven door gezondheidswerkers. Dat is een niveau onder verpleegkundige, maar wel een gediplomeerde functie in Zuid-Sudan. Zij hebben ieder weer een aantal gezondheidspromotors onder zich, die door Artsen zonder Grenzen getraind zijn. Deze mensen geven vooral gezondheidsvoorlichting, maar kunnen bijvoorbeeld ook op malaria testen en de ziekte behandelen.

 

Om de kwaliteit van de zorg zo goed mogelijk te bewaken, en de gezondheidswerkers opnieuw te bevoorraden, bezoeken medewerkers van ons internationale team hen regelmatig op de plek waar ze zich dan bevinden. Dat betekent soms 15 tot 20 kilometer per dag te voet of per kano afleggen om de mensen te bereiken.’

 

Noodscenario

In feite is deze nieuwe manier van werken een uitgebreide versie van ons vroegere noodscenario, dat we toepasten als Leer weer eens aangevallen was en de mensen op de vlucht waren geslagen. Hoe tragisch de situatie ook is, het was mooi om te horen dat we in september meer mensen in de regio Leer wisten te bereiken dan in juni, toen het ziekenhuis nog draaide.

 

Het was zwaar om te zien hoe het land gedurende het jaar langzaam wegzakte. Ik was vaak bezorgd om onze Zuid-Sudanese collega’s als zij uren en soms dagen niets van zich konden laten horen wanneer zij zich schuil moesten houden in de moerassen. Tegelijkertijd bedacht ik me dat wij geen oplossing kunnen bieden voor de situatie, maar wel kunnen zorgen dat mensen veel voorkomende ziektes overleven. We hebben de infrastructuur, de middelen en de contacten om daar hulp te bieden waar weinig anderen kunnen komen. En ik put daarbij kracht uit onze collega’s, die ondanks alles onvermoeibaar door blijven gaan met zorgen voor hun eigen bevolking.’


afbeelding van Carla Brooijmans
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Verpleegkundige Alison Buchanon ontfermt zich over een patiënt op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis in Sulaymaniyah. Irak, mei 2016.
© Ton Koene

Irak

‘We zijn daar waar we vluchtelingen kunnen helpen’

 

'Een heel emotioneel moment in deze missie was voor mij toen we mensen binnenkregen die waren gevlucht uit Hawija, een gebied dat in handen was van Islamitische Staat (IS). Deze mensen hadden dagenlang gelopen en waren uitgedroogd en uitgeput. Eenmaal dit gebied ontvlucht, voelden ze zich zowel opgelucht als bang. Ze wisten niet wat er nu ging gebeuren.'

 

'We proberen in Irak mensen die huis en haard zijn ontvlucht medische, psychosociale en andere hulp te bieden nadat ze hun toevlucht hebben gezocht in opvangkampen of in Koerdische dorpen en steden. Ook helpen we mensen die weer kunnen terugkeren naar huis.

 

Al voor 2016 hadden we een missie opgezet in Iraaks Koerdistan, dat stabieler is en niet zo hard is getroffen door de oorlog. Het is daardoor een van de plekken waar mensen heen konden vluchten. We schatten dat bijvoorbeeld in de stad Sulaymaniyah de bevolking met 20% is toegenomen, wat een zware belasting is voor de medische voorzieningen daar.

 

Sulaymaniyah

In het begin van het jaar zijn we daarom begonnen de eerste hulp en de intensive care afdeling van het Sulaymaniyah ziekenhuis te renoveren en te ondersteunen. Sulaymaniyah is de hoofdstad van de regio en het ziekenhuis bedient naar schatting meer dan twee miljoen mensen. Op deze manier konden we zorg bieden aan zowel oorlogsgewonden en vluchtelingen als aan de plaatselijke bevolking. Eind 2016 zagen we dat de kwaliteit van de geboden zorg duidelijk toenam. Het sterftecijfer op de IC daalde bijvoorbeeld, doordat we daar internationaal erkende protocollen invoerden en de preventie van infecties in het ziekenhuis verbeterde.

 

Kampen

Ook hebben we vluchtelingen geholpen in de kampen bij de stad Khanaqin, waar zo’n 6.000 mensen hun toevlucht hebben gezocht. Al twee jaar bieden we de bevolking daar primaire gezondheidszorg, seksuele en reproductieve gezondheidszorg, zorg voor chronische ziekten en psychosociale zorg. Grote aantallen mensen lijden aan posttraumatische stress en depressies. Niet alleen dragen ze de last van hun recente ervaringen, maar ze maken zich ook zorgen over hun huidige situatie en de toekomst.

 

Terug naar huis

Er waren echter ook mensen die de gelegenheid kregen om terug naar huis te gaan. In de loop van 2016, nadat IS uit de steden Jalawla en Sa’diyah was verdreven, keerden ongeveer 20.000 mensen terug. We hebben de plaatselijke gezondheidsautoriteiten geholpen met de herbouw en het opnieuw opstarten van poliklinieken en voorzieningen voor spoedeisende hulp.

 

Veel mensen keerden terug met gemengde gevoelens. Aan de ene kant waren ze blij weer in hun eigen omgeving te zijn, aan de andere kant troffen ze vaak hun huis en hun woonwijk in puin aan. Ook waren ze bang dat IS explosieven had achtergelaten.

 

2017

Ik verwacht in 2017 helaas geen verbetering in de situatie in Irak, maar ik ben ervan overtuigd dat wij werken op plaatsen waar we nodig zijn en waar we vluchtelingen kunnen helpen.’


afbeelding van Eugenia Serbassi
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Honderden mensen hebben zich verzameld rond de kliniek van Artsen zonder Grenzen in het plaatsje Pulka. In de deelstaat Borno zijn 1,8 miljoen mensen op de vlucht vanwege het conflict tussen terreurgroep Boko Haram en de Nigeriaanse staat.
© Artsen zonder Grenzen

Nigeria

‘We beseften al snel dat er veel meer nodig was’

 

‘We moesten een gewond kind, dat uit zijn dorp was gevlucht, doorverwijzen naar de hoofdstad Maiduguri, omdat we in Damboa geen operaties konden uitvoeren. Na twee maanden kon hij weer naar huis. Het konvooi waarmee hij reisde werd aangevallen, maar wist nog wel Damboa te bereiken. Maar de jongen kwam niet opdagen om in ons ziekenhuis zijn verband te laten verwisselen. Uiteindelijk vonden we hem. Gelukkig was hij niet gewond geraakt, maar het is bijna niet voor te stellen wat hij in die zes maanden heeft doorgemaakt.’

 

‘Vanaf juni 2016 kwamen er alarmerende berichten binnen over ondervoeding in de deelstaat Borno, in het noordoosten van Nigeria. Hier verbleven 1,8 miljoen mensen die op de vlucht waren voor de gevechten tussen het leger en de islamitische beweging Boko Haram. Het was het eind van het droge seizoen. Het beetje voedsel dat de mensen nog hadden, moesten ze achterlaten toen ze op de vlucht sloegen. Bovendien konden ze niets planten voor de volgende oogst. Teams van onze zusterorganisaties die al in het noordoosten werkten, konden het niet meer aan. Het leek erop dat we met een zeer ernstige crisis te maken hadden.

 

Toevluchtsoord

We openden een project in de grotendeels vernielde stad Damboa. Er waren drie kampen met teruggekeerde inwoners en met vluchtelingen uit omringende dorpen. Ook in de stad zelf woonden veel verdrevenen van elders. In de omringende gebieden werd nog steeds gevochten en er bleven mensen in Damboa aankomen. Ze vertelden vaak het zelfde verhaal: ze waren bedreigd door groepen gewapende mannen die hen bevalen in hun dorpen te blijven. Toen het leger aanviel, konden ze naar Damboa vluchten.

 

Meer hulp nodig

Oorspronkelijk wilden we ons alleen op ondervoeding richten, maar we beseften al snel dat er veel meer nodig was. Er waren geen andere hulporganisaties en de gezondheidszorg van de overheid was er ook niet. We boden medische zorg aan kinderen, verstrekten voedselpakketten en hulpgoederen, gaven inentingen tegen mazelen en behandelingen tegen malaria.

 

Roep om hulp

In het najaar kwam er opnieuw een roep om hulp van onze Franse zusterorganisatie, nu vanuit Maiduguri. Door de instroom van vluchtelingen was de bevolking van de stad sinds 2014 verdubbeld tot 2,2 miljoen inwoners. Dat was een te zware belasting voor de infrastructuur. Begin november zorgden we er voor schoon drinkwater in diverse kampen, maakten we overstroomde latrines schoon en richtten we ons op het schoonmaken van waterputten in de stad. Ook openden we een kliniek voor therapeutische voeding.

 

Optimisme

Intussen was het mooi om te zien hoezeer de sfeer in Damboa veranderde. In december waren mensen hun huizen en winkels weer aan het opbouwen. Er was weer ruimte voor optimisme. Bij Artsen zonder Grenzen bleven we waakzaam. Nog steeds hielden veel mensen zich schuil in het oerwoud, en ondervoeding en malaria bleven op de loer liggen. Doordat de overheid nu enthousiast de overwinning uitroept, komen de mensen onder druk te staan om terug te keren. Hopelijk wordt dit proces niet te overhaast uitgevoerd en mogen de mensen zelf beslissen wanneer ze het veilig vinden om terug te keren.’


afbeelding van Frauke Ossig
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
De 12-jarige Ali raakte gewond toen zijn huis werd geraakt tijdens een luchtbombardement. Drie mensen overleden ter plekke, acht raakten gewond. Jemen, augustus 2016.
© Mohammed Sanabani/AzG

Jemen

‘De meeste mensen zijn volledig door hun reserves heen’

 

‘Een van onze Jemenitische verpleegkundigen in Taiz vertelde me dat ze ten einde raad een patiënt haar gouden ring had gegeven: “Dan kon ze misschien nog een behandeling tegen haar kanker krijgen in de hoofdstad Sana’a.” Deze daad is zo tekenend voor hoe wanhopig Jemen is na ruim anderhalf jaar burgeroorlog... De meeste mensen zijn volledig door hun reserves heen.’

 

‘Ambtenaren, dus ook medisch personeel, worden nauwelijks meer betaald. Velen proberen daarom te overleven door te werken in privéklinieken, die voor de meeste mensen onbetaalbaar zijn. Medicijnen en medische materialen zijn moeilijk verkrijgbaar, want de import en binnenlands transport zijn nagenoeg geblokkeerd. Mensen moeten vaak wachten tot ze zo ziek zijn dat de spoedeisende hulp van een ziekenhuis ze accepteert, want gratis medische eerstelijns posten zijn nauwelijks meer open. Eind 2016 werd een hongersnood voorspeld, die als de import niet snel weer opgang komt, heel erg dichtbij komt.

 

Bombardementen

Net als in 2015 zijn we als Artsen zonder Grenzen in 2016 opnieuw ook zelf getroffen door de oorlog. In het noordwesten werden twee ziekenhuizen van onze Spaanse collega’s geraakt door luchtbombardementen. Daarbij kwamen tragisch genoeg 25 mensen om, onder wie een Jemenitische collega. Na een tijdelijke evacuatie is onze Spaanse zusterorganisatie daar in november weer van start gegaan. Het is volledig onacceptabel dat onze klinieken herhaaldelijk getroffen worden, ondanks veiligheidsgaranties van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie, de enige partij met gevechtsvliegtuigen in Jemen.

 

Nierpatiënten

Ik ben er erg trots op dat het ons ondanks de extreme situatie lukt om zoveel in Jemen te doen. In oktober 2016 hebben we de zorg voor 650 nierpatiënten overgenomen toen de dialysecentra in een aantal plaatsen moesten sluiten. We hebben ook samen met de lokale autoriteiten cholera bestreden en konden snel reageren op grote incidenten, zoals het bombardement op een begrafenis in de hoofdstad. Daarbij kwamen ruim 140 mensen om en vielen zo’n 500 gewonden. We konden direct mensen en materialen sturen naar de ziekenhuizen die de gewonden behandelden.

 

Frontlinie

Ik bezocht ons project in Taiz, waar de frontlinie dwars door de stad loopt. Het centrum van Taiz is een enclave geworden. We ondersteunen er aan beide kanten van de frontlijn ziekenhuizen, waaronder een moeder-en-kind ziekenhuis en een traumacentrum voor gewonden. Onze hulp in Taiz bestond in 2016 onder meer uit de begeleiding van 5.300 bevallingen en de verpleging van 2.500 ondervoede kinderen. Sinds het begin van het conflict hebben we 10.700 oorlogsgewonden opgenomen.

 

Enclave

Van alles wat ik in Jemen heb gezien, ben ik het meest onder indruk van de betrokkenheid van mijn Jemenitische collega’s, zoals de verpleegkundige die haar ring weggaf. In Taiz ontmoette ik een van onze chauffeurs, die op 100 meter van de frontlinie woont. Iedere dag gaat hij na zijn werk terug naar deze gevaarlijke plek en iedere dag geef zijn vrouw, ondanks de loodzware omstandigheden in de enclave, haar man eten voor ons mee, uit dankbaarheid dat we in Taiz werken. Ondanks al hun persoonlijke moeilijkheden blijven deze mensen hun landgenoten steunen.

 

Vergeten

Over de vooruitzichten voor 2017 ben ik somber. Het conflict lijkt muurvast te zitten. Het land is inmiddels zo goed als afgesloten van de buitenwereld, bijna niets of niemand kan er in of uit. Als de gevechten ook de zeehavens bereiken, valt de laatste aanvoerlijn weg en is er een grote kans op een hongersnood binnen een paar maanden. Daarbij is de internationale aandacht voor Jemen erg beperkt, zodat dit een totaal vergeten oorlog dreigt te worden. Artsen zonder Grenzen blijft in ieder geval z’n uiterste best doen om hier zoveel mogelijk levens te redden, én te voorkomen dat Jemen van de internationale agenda valt.’


afbeelding van Djoen Besselink
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Mikele Telaro van Artsen zonder Grenzen helpt een meisje aan boord tijdens een reddingsactie op de Middellandse Zee. Oktober 2016.
© Borja Ruiz Rodriguez/AzG

Voorwoord

Noodkreet voor menselijkheid

 

‘Ik moet hier weg, laat me teruggaan,’ zei hij op fluistertoon, deze forse, gespierde man in het detentiecentrum in Tripoli, Libië. ‘We worden mishandeld. De ambassade moet komen. Ik wil overal naartoe, als ik hier maar weg kan.’ Ik had me even losgemaakt van de rest van m’n team en we stonden gespeeld nonchalant tegen een muur geleund, zodat het zo min mogelijk opviel dat hij met me sprak.

 

In de 25 jaar dat ik nu voor Artsen zonder Grenzen werk, ben ik niet vaak geconfronteerd met onmenselijkheid zoals ik die in de Libische detentiecentra heb gezien. Migranten, asielzoekers en vluchtelingen uit verschillende delen van Afrika die naar Europa proberen te komen verblijven er in afschuwelijke omstandigheden: dertig mensen in een ruimte van zes bij drie meter, nauwelijks sanitair, veel te weinig water en voedsel. Er is geen enkele vorm van registratie en geen contact met de buitenwereld; de mensen zijn de controle over hun eigen leven volledig kwijt. Ze zijn overgeleverd aan mensensmokkelbendes die niets goeds met ze voor hebben. In feite bestaan ze niet meer als mensen.

 

Ondanks de chaos in het land, lukte het ons in 2016 toegang te krijgen tot zeven detentiecentra in Libië. We boden er in 2016 ruim 6.000 consulten voor luchtweginfecties, acute diarree, huidziekten en blaasontstekingen, aandoeningen die grotendeels het gevolg zijn van de erbarmelijke omstandigheden. Het besluit om hier te gaan werken, kwam niet tot stand zonder intern debat. Sommigen vroegen zich af of we door onze hulpverlening niet juist zouden bijdragen aan het in stand houden van dit criminele systeem. Wat voor ons – zoals altijd – de doorslag gaf, was het menselijk lijden dat we aantroffen.

 

Onmenselijk beleid

In het licht van de situatie in Libië is het verbijsterend dat de Europese Unie overweegt mensen terug te sturen naar het land. Die stap is tekenend voor de verscherpte sfeer in Europa rond vluchtelingen en migranten. Compassie en medemenselijkheid lijken geheel uit het debat verdwenen.

 

In 2016 werden de Europese budgetten voor ‘humanitaire hulp’ steeds meer ingezet om zoveel mogelijk te voorkomen dat vluchtelingen in Europa terecht zouden komen. Uit protest tegen dit onmenselijke beleid besloten we vanaf juni niet langer een beroep te doen op hulpgelden van EU-lidstaten of instellingen. Niet in de illusie dat het een enorm effect zou hebben op het beleid, maar wel om iedere medeplichtigheid aan dat beleid uit te sluiten.

 

Naast de start van de hulpacties in Libië bleef ons reddingsschip de Aquarius, een samenwerking van Artsen zonder Grenzen met SOS Méditerranée op de Middellandse Zee actief. In 2016 redde de Aquarius ruim 10.000 mensen.

 

Noodkreet

De veiligheid van onze klinieken in conflictgebieden bleef in 2016 een ander terrein van zorg voor ons. De onschendbaarheid van medische zorg is vastgelegd in de Conventies van Genève, maar blijkt in de praktijk van gewapende conflicten vaak een mythe. Sinds de aanval op ons ziekenhuis in de Afghaanse stad Kunduz in oktober 2015 zien we een verontrustende ontwikkeling, waarbij diverse staten, ondertekenaars van oorlogsrechtelijke verdragen, direct betrokken zijn bij bombardementen op onze ziekenhuizen. Samen met het Internationale Rode Kruis richtten we een noodkreet aan het adres van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat leidde op 3 mei tot resolutie 2286, waarin de lidstaten worden opgeroepen medisch personeel en medische faciliteiten te ontzien.

 

Helaas had de resolutie geen effect. Bij de bombardementen op Aleppo werden de medische voorzieningen allesbehalve gespaard. In Jemen werd een door onze Spaanse zusterorganisatie ondersteunde kliniek gebombardeerd, waarbij een Jemenitische collega omkwam. Tijdens een vervolgzitting van de V-raad over de resolutie herhaalden we dan ook onze oproep aan de Raad. Ook daarvan zien we helaas in de praktijk nog geen resultaat.

 

Acute nood en langdurige conflicten

Naast onze inspanningen voor vluchtelingen en de zorg voor onze veiligheid en die van onze patiënten, vroeg een aantal acute noodsituaties in 2016 onze aandacht. In de deelstaat Borno van Nigeria verdreef het leger de rebellen van Boko Haram uit een groot aantal gebieden. Een miljoen mensen bleek dringend behoefte te hebben aan voedselhulp en medische zorg. We boden medische zorg, voerden honderden tonnen voedsel aan en zorgden voor tienduizenden liters schoon drinkwater.

 

Orkaan Matthew trof op 4 oktober het zuidwesten van Haïti. Met helikopters, motoren, ezels en te voet trokken we naar de afgelegen gebieden en boden daar medische zorg en zorgden voor schoon drinkwater.

 

Ook in 2016 bleven we zeer actief in een aantal langdurige conflicten, die ieder jaar grote aantallen mensen blijven treffen. In Zuid-Sudan kwamen we in actie voor slachtoffers van een aantal grootschalige gewelddadigheden. In het oosten van de Democratische Republiek Congo bestreden we mazelen en verzorgden we slachtoffers van het aanhoudende geweld in die regio.

 

Medische doorbraak

Al jaren hebben we speciale aandacht voor een aantal dodelijke ziekten waarvoor een goede behandeling ontbreekt, zoals resistente vormen van tuberculose. Eind 2016 werd duidelijk dat we na jaren van hard werken deze patiënten nu echt hoop kunnen bieden.

 

Begin 2017 zijn we in Uzbekistan van start gegaan met de eerste klinische test van een nieuwe en kortdurende behandeling tegen resistente tuberculose. Die behandeling zal zes maanden in plaats van twee jaar duren, heeft veel minder bijwerkingen en een veel hoger genezingspercentage. We hebben deze doorbraak kunnen bereiken met steun uit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij.

 

Strijd voor menswaardigheid

Met grote zorg hebben we gezien hoe in 2016 het klimaat rond internationale solidariteit snel veranderde, zoals met name de ontwikkelingen rond asielzoekers en migranten wereldwijd laten zien. Er is geen enkele aanwijzing dat dit in 2017 zal veranderen.

 

Wij blijven vóór alles mensen als mensen zien en de eenvoudige kern van ons werk voorop stellen: levensreddende zorg bieden waar die het hardste nodig is. We voelen ons gesterkt door het feit dat zoveel trouwe donateurs ons daarbij willen steunen en we zijn heel dankbaar voor hun bijdragen.

In deze tijd van polarisatie willen wij de strijd voor menswaardigheid in alle omstandigheden met kracht blijven voeren.


afbeelding van Arjan Hehenkamp
Sluiten

High
lights

High
lights

Projec
ten

Feiten &
Cijfers

Finan
cieel

Naar het Jaarverslag 2016

In dit jaarverslag nemen een aantal van onze medewerkers u mee naar enkele van onze projecten. Wat betekent het om medische noodhulp te bieden op plekken waar geweld en onrecht vrij spel hebben? Wat kunnen wij daar met uw donaties doen?

Voorwoord

Noodkreet voor menselijkheid

Arjan Hehenkamp,
directeur Artsen zonder Grenzen

Lees meer

Jemen

‘De meeste mensen zijn volledig door hun reserves heen’

Djoen Besselink,
landencoördinator

Lees meer

Nigeria

‘We beseften al snel dat er veel meer hulp nodig was’

Frauke Ossig,
noodhulpcoördinator

Lees meer

Irak

‘We zijn daar waar we vluchtelingen kunnen helpen’

Eugenia Serbassi,
medisch coördinator

Lees meer

Zuid-Sudan

‘Ik was vaak bezorgd om onze Zuid-Sudanese collega’s’

Carla Brooijmans,
landencoördinator

Lees meer

DR Congo

‘Het was moeilijk ons vertrek aan de patiënten uit te leggen

Rhian Gastineau,
landencoördinator

Lees meer

Colofon

Lees meer

Resultaten

2.790.813
Medische consulten
100.566
Opgenomen patiënten
1.012.612
Malariapatiënten behandeld
12.369
Grote chirurgische ingrepen
62.356
Bevallingen
78.679
Mensen behandeld voor ondervoeding
65.210
Kinderen gevaccineerd tegen mazelen
1.399
Mensen behandeld voor multiresistente tuberculose
60.597
Individuele psychosociale consulten
53.848
HIV-patiënten op aidsremmers (december 2016)
2.470
Mensen behandeld na seksueel geweld
>10.000
Aantal mensen gered tijdens reddingsoperaties op de Middellandse Zee

Support

449.834
Donateurs
84.405
Volgers social mediakanalen (december 2016)
75.976
Gemiddeld aantal website-bezoeken per maand

Mensen

765
Uitgezonden medewerkers (fte)
8.860
Nationale medewerkers (fte)
262
Kantoormedewerkers (fte)

In 2016 gaven we 18 procent meer uit ten opzichte van vorig jaar. Deze toename werd voornamelijk veroorzaakt door een stijging in de uitgaven aan medische noodhulp. In totaal gaven we € 235,5 miljoen uit aan noodhulp, een stijging van € 34,7 miljoen ten opzichte van 2015. Ons werk in verschillende landen in het Midden-Oosten en onze projecten in DR Congo en Zuid-Soedan vertegenwoordigen de grootste missies waar we actief waren. De steun van donateurs was opnieuw overweldigend. Het Nederlandse publiek bracht maar liefst € 59,6 miljoen bijeen.

Uitgaven 2016

(als percentage van de totale uitgaven)

In 2016 gaven we in totaal € 276,0 miljoen uit. De uitgaven zijn als volgt verdeeld:

Uitgaven aan de doelstelling:

  • Noodhulp € 235,5 miljoen
  • Subsidies aan derden € 2,7 miljoen
  • Voorbereiding en coördinatie € 20,2 miljoen
  • Voorlichting en communicatie € 2,6 miljoen

Overige uitgaven:

  • Fondsenwerving € 9,2 miljoen
  • Beheer en administratie € 5,8 miljoen

Inkomsten 2016

(als percentage van de totale inkomsten)

In 2016 ontving Artsen zonder Grenzen in totaal een bedrag van € 283,2 miljoen. Dit was afkomstig van de volgende bronnen:

  • Rechtstreeks van donateurs in Nederland € 59,6 miljoen
  • Nationale Postcode Loterij € 16 miljoen *
  • Van donateurs in de landen waar onze zusterorganisaties actief zijn € 197,6 miljoen
  • Projectsubsidies institutionele donoren € 9,7 miljoen
  • Overige inkomsten € 0,3 miljoen

* In 2013 ontvingen we uit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij een bedrag van € 6,8 miljoen voor ons project voor betere behandeling van multiresistente tuberculose (MDR-TB). De inkomsten uit deze bijdrage worden geboekt in het jaar waarin we de uitgaven doen. In 2016 ging het om € 2,5 miljoen. In 2016 ontvingen we € 13,5 miljoen uit de opbrengst van de Nationale Postcode Loterij.

In 2016 hebben we voor onze noodhulpprojecten ongeveer € 0,6 miljoen aan giften in natura ontvangen. Het ging hierbij vooral om medicijnen en voedingsmiddelen.