Gaza: zorgen voor anderen terwijl je zelf niet veilig bent

Een jaar na het afkondigen van het staakt-het-vuren is van veiligheid in Gaza nog altijd geen sprake. Onze teams concluderen: dit is geen staakt-het-vuren. Mohammed en Nermin weten wat de voortdurende onveiligheid betekent voor medische zorg. Ze werkten als arts in Gaza, terwijl ze met dezelfde angst en tekorten leefden als hun patiënten.

Twee artsen over het staakt het vuren in Gaza

In het ziekenhuis was een tekort aan vrijwel alles. Nermin behandelde kinderen met ernstige brandwonden, maar kon hen niet altijd de zorg geven die nodig was. ‘Er waren geen speciale afdelingen om deze patiënten apart te houden en te beschermen tegen infecties.’ Soms ontbraken ook verbandmiddelen en andere medische materialen. ‘Dan konden we eigenlijk alleen maar monitoren.’  

Ook op de intensive care waren te weinig plekken. Gewone ziekenhuisbedden werden naast ic-bedden gezet. Medicijnen om patiënten te verdoven voor het inbrengen van een beademingsbuis waren soms niet beschikbaar.  

Buiten het ziekenhuis waren de tekorten net zo voelbaar. ‘We misten alles,’ zegt Mohammed. ‘Voedsel, kleding, schoon water, spullen voor persoonlijke hygiëne.’ Zelfs een tandenborstel was soms moeilijk te vinden. ‘En als je er een vond, betaalde je soms tien of twintig keer zoveel.’  

“Zelfs een tandenborstel was soms moeilijk te vinden. En als je er een vond, betaalde je soms tien of twintig keer zoveel.”

Mohammed

Arts in Gaza

Ook naar het ziekenhuis gaan werd een risico. Toen het openbaar vervoer wegviel, stuurde het ziekenhuis ambulances om medewerkers op te halen. ‘In het begin dachten we dat een ambulance veilig was,’ vertelt Nermin. Maar ook hulpverleners en medische voorzieningen worden niet gespaard. ‘We realiseerden ons dat we daarmee misschien juist risico liepen.’  

Tijdens een van haar diensten werd er hevig gebombardeerd rond het ziekenhuis. ‘Als ik uit het raam keek, zag ik overal vuur. Het ziekenhuis bewoog heen en weer, als een wip.’ Na die dienst besloot ze niet meer terug te gaan.  

Vier uur huilen en weer door 

Tijdens een 24-uursdienst verdeelden Nermin en twee collega’s het werk, zodat ieder een paar uur kon rusten. Toen zij vier uur voor zichzelf kreeg, kwam alles eruit. ‘Ik heb die volledige vier uur gehuild.’ 

Daarna ging ze weer aan het werk. ‘Als ik zou stoppen, werd het tekort aan medisch personeel alleen maar groter. De mensen hadden ons nodig.’ En ondertussen bleef ze aan thuis denken. ‘Je vraagt je voortdurend af: is mijn familie veilig? Komen zij straks ook als patiënt het ziekenhuis binnen?’  

Zwanger in Gaza 

Nermin was zwanger toen zij en Mohammed in juni Gaza verlieten. Haar wens voor hun kind is eenvoudig: ‘Ik hoop dat mijn baby niet hoeft mee te maken wat wij hebben meegemaakt. Dat hij opgroeit in vrede en vrijheid.’  

Ook Mohammed denkt aan de toekomst van zijn zoontje. Hij vertelt over een zesjarig kind dat hij ontmoette in Gaza. ‘Het enige waar deze jongen mee bezig is, is water halen. En hoe krijg ik eten voor mijn familie? Dingen waar geen kind mee bezig zou moeten zijn.’ 

Sinds het staakt-het-vuren inging, zijn minstens 1.450 Palestijnen gedood en 5.100 gewond geraakt. Medische en humanitaire hulp wordt nog steeds belemmerd. Er is een tekort aan motorolie, brandstof en medische hulpmiddelen. En ernstig zieke patiënten kunnen vaak niet worden geëvacueerd. Dit heeft verschrikkelijke gevolgen voor de mensen in Gaza. Artsen zonder Grenzen vraagt het Nederlandse kabinet daarom om concrete actie. Laat je stem horen en zet je naam onder onze noodoproep. 

Ook in de nieuwsbrief: