Pas geboren baby

Harriet Zych

verpleegkundige

Harriet Zych komt uit Groot-Brittannië en werkt als verpleegkundige in het vluchtelingenkamp Gambela in Ethiopië.

Hoogste sterftecijfers

Ethiopië heeft een van de hoogste sterftecijfers onder pasgeboren baby’s in sub-Sahara Afrika. Ik werk sinds een maand in een drukbezocht ziekenhuis in Gambella, in het westen van Ethiopië. Ik zorg ervoor dat pasgeboren baby’s de best mogelijke start van hun leven krijgen. Van de kinderen onder de 5 jaar die wereldwijd sterven, sterft bijna de helft tijdens de eerste 28 dagen van hun leven, in de zogenaamde neonatale fase.

Overbelast

Het ziekenhuis in Gambella is overbelast. Het is opgezet voor een bevolking van 100.000 mensen, maar nu zijn al 800.000 mensen afhankelijk van het hospitaal. De helft van hen is vluchteling uit het naburige Zuid-Sudan. Dat vraagt veel van het personeel. Baby’s ondervinden de meeste problemen als er geen goede gezondheidzorg beschikbaar is. In het ziekenhuis waar ik werk, geeft Artsen zonder Grenzen training en ondersteuning om het aantal sterfgevallen te verminderen en de volksgezondheid in het gebied te verbeteren.

Specialistische zorg

Pasgeborenen hebben specialistische zorg nodig, maar die is vaak verrassend simpel. We kunnen bijvoorbeeld al veel kinderen redden met speciale voeding voor baby’s met een laag geboortegewicht, door infecties aan te pakken en schommelingen in de bloedsuikerspiegel en lichaamstemperatuur te behandelen. Ook belangrijk is dat we ze vaccineren tegen infectieziekten, en pasgeborenen van moeders met hiv of hepatitis behandelen zodat ze niet besmet raken met dat virus.

Mijn werk

Dat is wat mijn team en ik hier doen. Ik geef leiding aan de unit voor neonaten (pasgeboren baby’s). Daarbij hoort onder meer dat ik de verpleegkundigen wegwijs maak in de manier waarop Artsen zonder Grenzen zorg biedt, personeelsbeleid doen, roosters maak en ervoor zorg de voorraden medicijnen en andere medische materialen op peil blijven.

Harriet en een collega ©MSF

Loopbaan

De baby’s in onze kliniek hebben een ‘reis’ van ongeveer 9 maanden achter de rug, maar mijnaanloop naar deze plek heeft wat langer geduurd. Al sinds ik voor het eerst hoorde van Artsen zonder Grenzen, 15 jaar geleden, wil ik bij de organisatie werken. Sindsdien staat mijn loopbaan helemaal in het teken daarvan: ik heb me geschoold in tropische ziekten, mijn onderwijs- en managementvaardigheden ontwikkeld en natuurlijk mijn klinische vaardigheden uitgebreid. Daarnaast heb ik werkervaring opgedaan op plekken waar de medische mogelijkheden beperkt zijn en heb ik Frans geleerd. Alleen heeft dat laatste hier nog niet zoveel nut gehad…

Een overweldigend begin

Maar ondanks alle voorbereidingen kan een nieuw begin je nog enorm overweldigen. Ik had wel verwacht dat ik snel veel zou moeten leren, maar niet dat ik op mijn eerste dag al in de operatiekamer zou moeten helpen bij het reanimeren van een baby. Ik assisteerde bij een keizersnede omdat de hartslag van de baby te hoog was – een teken dat de baby in nood is. Er was weinig tijd en de chirurgen handelden razendsnel. Na een paar minuten was de baby al uit de buik.

Stil

Het werd stil in de kamer. De artsen brachten het slappe babylichaampje naar de reanimatietafel. De verloskundige werkte snel. Ze droogde de baby af en stimuleerde haar om te ademen. En eindelijk deed ze dat. Ze kreeg wat kleur. Wat een opluchting! Ik glimlachte naar de moeder, stak mijn duim naar haar op en vroeg me meteen af of ze dat gebaar hier eigenlijk ook betekent: ‘Alles OK!’. Ze glimlachte vermoeid terug. De boodschap leek overgekomen te zijn.

Een verpleegkundige checkt een prematuur geboren kindje in het ziekenhuis van Gambella, Ethiopië
Een verpleegkundige checkt een prematuur geboren kindje in het ziekenhuis van Gambella, Ethiopië © Zacharias Abubeker

Het jasje

Deze baby was gezond genoeg om met haar moeder naar de kraamafdeling te gaan. Dus mijn taak zat erop. Ik deed mijn uniform uit en trok het jasje van Artsen zonder Grenzen weer aan. Het had me die ochtend zo’n kick gegeven om het voor het eerst aan te trekken. Dat voelde alweer als dagen geleden…

Bevoorrecht

In het ziekenhuis moedigen we moeders aan om borstvoeding te geven en we promoten huid-op-huidcontact. Dat doet de baby’s veel goed. Ze zijn dan beter bestand tegen infecties en hun gewicht neemt sneller toe. Het is een voorrecht om deel uit te maken van het team van zowel medewerkers van hier als internationale staf. De gesprekken waarin we onze ideeën en ervaringen uitwisselen zijn hoogtepunten bij het werken voor Artsen zonder Grenzen. Ik word omringd door mensen die me uitdagen het beste van mezelf te geven, maar die me ook aanmoedigen.

Babymutsjes maken

De afgelopen maand heb ik heel veel geleerd. Ik weet nu hoe de Artsen zonder Grenzen samenwerkt met het regionale ziekenhuis. Ik heb meer geleerd over neonatale zorg in deze omstandigheden. En ik heb geleerd om te groeten en te tellen in het Amhaars, de voertaal van Ethiopië.

Maar waar ik ook trots op ben, zijn mijn babymutsjes van buisverband en touw. Dat ging niet meteen goed. De eersten waren te klein en de mutsjes vielen af, en de volgende hadden een beetje te veel stof aan de bovenkant. De baby’s leken wel kabouters…

Aanpassen

Pasgeboren baby’s krijgen van ons een score om te zien hoe snel ze zich aanpassen aan hun nieuwe leven buiten de baarmoeder. En nu, aan het einde van mijn eerste 28 dagen als verpleegkundige bij Artsen zonder Grenzen, mijn eigen ‘neonatale periode’, vraag ik me af hoe goed ik me heb aangepast aan dit buitengewone leven.

Icoon Baby zonder Grenzen

Baby op komst?

Gefeliciteerd! Wil jij met jouw geluk moeders en baby’s in conflictgebieden helpen? Dat kan! Vraag je vrienden en familie om een gift voor Artsen zonder Grenzen als kraamcadeau.

Kom in actie!