1. Wanneer spreekt Artsen zonder Grenzen zich uit?
Onze teams zien dagelijks geweld, medische noden en blokkades in de zorg van dichtbij. We spreken ons uit wanneer onze teams met eigen ogen zien dat patiënten medische hulp nodig hebben en dat zorg wordt belemmerd. Onze uitspraken zijn gebaseerd op getuigenissen van onze eigen artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. En van patiënten zelf.
Dit noemen we témoignage: getuigen van wat we zien. Het afleggen van getuigenis is geen bijzaak; het is een fundamenteel onderdeel van onze rol als medische noodhulporganisatie.
Artsen zonder Grenzen werd opgericht door een arts en een journalist die vonden dat medische hulpverleners niet alleen zorg moeten bieden, maar ook moeten vertellen wat zij zien wanneer patiënten in gevaar zijn. Bijvoorbeeld in situaties waarin mensen geen toegang hebben tot zorg, ziekenhuizen worden geraakt of patiënten niet veilig behandeld kunnen worden. Spreken kan dan een manier zijn om zichtbaar te maken wat er gebeurt en om op te komen voor onze patiënten.
2. Waarom spreken we niet altijd?
Artsen zonder Grenzen is geen politieke organisatie. Wij zijn een medische noodhulporganisatie. Dat betekent dat we ons alleen uitspreken over situaties waar wij zelf aanwezig zijn en zelf kunnen vaststellen wat er gebeurt.
Er zijn momenten waarop publiek spreken de continuïteit van zorg of de veiligheid van patiënten en collega’s in gevaar kan brengen. In landen als Iran of Myanmar kan een publieke uitspraak over geweld of demonstraties risico’s opleveren voor onze medewerkers. Ook kan het onze aanwezigheid - en daarmee de mogelijkheid om zorg te bieden - in gevaar brengen. Dat zou direct levensbedreigende gevolgen hebben voor de mensen die afhankelijk zijn van onze zorg.
Elke dag opnieuw zoeken we naar een balans: tussen getuigen van wat we zien en toegang behouden tot de mensen die onze zorg nodig hebben.
Soms is het dus een bewuste keuze om ons te richten op het verlenen van medische zorg, ook als dat betekent dat het grote publiek er weinig van hoort.
3. Hoe maken we deze afweging?
Elke crisis is uniek. We balanceren voortdurend tussen principiële getuigenis en praktische levensreddende zorg. Soms leidt een uitspraak tot verbetering van de situatie, soms kan het juist ons werk in gevaar brengen. We maken daarom altijd een zorgvuldige en weloverwogen afweging.
In Zuid-Soedan maakten we bijvoorbeeld onlangs een persbericht over ernstige beperkingen op medische doorverwijzingen. Voor de buitenwereld nauwelijks nieuws, maar voor onze teams en patiënten van levensbelang. Tegelijkertijd verlenen onze teams in tientallen andere landen elke dag levensreddende hulp, vaak zonder dat dit het nieuws haalt of dat geopolitieke belangen ons werk belemmeren. Zoals in Syrië waar we zorg bieden aan beide kanten van het front.
We zien dat humanitaire hulp steeds vaker onderdeel wordt van conflicten: toegang wordt beperkt, hulp wordt gemanipuleerd of gebruikt als drukmiddel. Dat maakt onze afwegingen complexer.
Onze keuzes zijn nooit eenvoudig. We weten niet altijd of we de juiste balans vinden, maar onze leidraad blijft het welzijn van patiënten, veiligheid van collega’s en integriteit van onze medische hulp.
Wat de uitkomst ook is: spreken of zwijgen begint altijd bij wat onze teams zelf zien en bij wat het beste is voor de patiënten die op onze zorg rekenen.
