Tropenarts Erik Wehrens in Zuid-Sudan.

Erik Wehrens

tropenarts

Sinds een paar weken versterkt Erik het team in het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in het vluchtelingenkamp. Het kamp ontstond vijf jaar geleden, toen de bevolking van Bentiu op de vlucht sloeg voor de oplaaiende burgeroorlog in het land. Ze zochten hun veiligheid op een VN-basis bij Bentiu, een groot rechthoekig stuk land van 1,2 bij 1,2 kilometer. Er leven inmiddels ruim 114.000 mensen.

Veerkracht

‘De mensen hebben er zo goed als niets en leven in golfplaten hutten. Vier platen voor de muren en één voor het dak. In iedere hut woont een familie,’ vertelt Erik. ‘Ondanks de omstandigheden en wat ze hebben meegemaakt, zijn het veerkrachtige en vrolijke mensen. Er zijn markten, kerken en eenvoudige theetentjes in het kamp, en waar dat maar kan wordt gevoetbald. Maar voor medische zorg - die wij bieden - en voedselhulp zijn deze mensen volledig afhankelijk van de buitenwereld. Voor de vluchtelingen is het buiten het kamp vaak te onveilig. Eigenlijk leven ze in een soort grote gevangenis.’

Het Bentiu kamp in Zuid-Sudan.
Het Bentiu kamp in Zuid-Sudan. ©Peter Bauza

Ziekenhuis

Er zijn te weinig latrines in het kamp en ze worden slecht onderhouden. Daardoor wordt de kans op de uitbraak van bijvoorbeeld cholera groter. Een groot gevaar is ook malaria, dat vooral voor kinderen levensgevaarlijk is. Medisch gezien doen we als Artsen zonder Grenzen wat we kunnen, onder meer door het enige ziekenhuis van het kamp te runnen en een deel van de watervoorziening op ons te nemen.’

Doodziek meisje

‘In m’n eerste week hier bezocht ik de verschillende afdelingen, om het ziekenhuis goed te leren kennen. Een meisje in de voedingskliniek maakte veel indruk op mij. Ze was al een tijdje onder behandeling. De ene dag deed ze het goed, maar dan was ze de volgende dag weer doodziek. Ik zag duidelijk dat ze ondervoed was, ze had dunne ledematen en plekken op haar huid zonder pigment. Toch maakte ze wel contact en speelde met m’n stethoscoop.’

Tropenarts Erik Wehrens onderzoekt een baby in ons ziekenhuis in Zuid-Sudan.
Tropenarts Erik Wehrens onderzoekt een baby in ons ziekenhuis in Zuid-Sudan.

Onrechtvaardig

‘De behandelingen tegen ondervoeding sloegen maar niet aan en wat we ook probeerden, het meisje werd maar niet beter. Drie dagen later was ik op weg naar een andere afdeling en zag ik een vrouw bij de deur van de voedingskliniek die haar verdriet nauwelijks de baas kon. Eenmaal op m’n afdeling realiseerde ik me dat zij de moeder was van het meisje waar we zo onze best voor hadden gedaan. Het voelt zo onrechtvaardig dat er nog altijd kinderen sterven door ondervoeding...’

Kinderen redden

‘Zo’n 80% van onze patiënten zijn kinderen en baby’s. Hoe hard we ons best ook doen, dat we kinderen verliezen is helaas onvermijdelijk in omstandigheden als deze. Er staat wel tegenover dat we een hele grote groep kinderen redden die anders geen schijn van kans zou hebben. De meeste ondervoede kinderen kunnen we redden met speciale voeding, malaria bestrijden we met medicatie en de kwetsbare baby’s zijn in ons ziekenhuis beschermd tegen infectiebronnen.’

Tropenarts Erik Wehrens met een jong malariapatiëntje in Zuid-Sudan.
Tropenarts Erik Wehrens zit bij Bey in ons ziekenhuis in Zuid-Sudan. Het jongetje is net genezen van malaria.

Groot respect

‘Nu ik hier een paar weken ben, wordt het mij steeds duidelijker hoe heftig het voor de bevolking is om hier te moeten verblijven. De internationale medewerkers van Artsen zonder Grenzen hebben bijna allemaal een eigen tent, in het VN-gedeelte, maar ook voor ons is het niet altijd veilig om buiten het terrein een beetje afleiding te zoeken. Ik heb groot respect voor onze Zuid-Sudanese collega’s die hier het grootste deel van het werk doen, maar tegelijkertijd ook vluchteling zijn in het kamp. Mijn missie duurt relatief kort, zes maanden, maar de mensen hier moeten maar afwachten wanneer ze weer weg kunnen.’

Baken van hoop

‘Er is onlangs een nieuw vredesakkoord gesloten tussen de strijdende partijen in Zuid-Sudan, waarvan de mensen hopen dat het gaat werken. Ondertussen blijven wij hier ons ziekenhuis runnen zolang als dat nodig is. Daarmee zijn we een baken van hoop voor de mensen hier. Doordat we hier in Bentiu en op al die andere plekken in Zuid-Sudan werken, laten we de mensen zien dat ze niet vergeten zijn. Ik denk dat dat een heel belangrijk signaal is, naast wat we hier medisch bereiken.

Veel voldoening

Voor mij als aankomend tropenarts is het heel bijzonder om hier te mogen werken. We redden hier levens, onder meer van kinderen, en van moeders met een gecompliceerde bevalling. Het geeft veel voldoening om daaraan bij te dragen.’