logo
Jaarverslag 2015
Meer informatie over deze foto...
Maila Gurung, 26, wordt geassisteerd als hij per helikopter wordt teruggebracht naar zijn dorp in het Gorkha district. Hij raakte gewond tijdens de aardbeving die het gebied trof. Nepal, mei 2015.
© Brian Sokol

Colofon

Coördinatie: Celine The
Teksten: Bas Tielens
Fotoredactie: Rachel Corner / Celine The

Webdesign: Tam Tam, Rijswijk
 

Introfilm: Deep Thought Productions, Amsterdam

 

Foto’s introfilm:

Foto 1 Vluchtelingen: Francesco Zizola / Noor

Foto 2 Vluchtelingen: Alessandro Penso

Foto 1 Jemen: Guillaume Binet

Foto 2 Jemen: Sebastiano Tomada

Foto 1 Kunduz: Andrew Quilty

Foto 2 Kunduz: Mikhail Galustov

Foto Ebola: Sylvain Cherkaoui

 

 

© April 2016 Artsen zonder Grenzen

 

 


Sluiten
© Brian Sokol

In memoriam

In memoriam

 

Op dinsdag 2 juni 2015 verloren drie van onze collega’s het leven in een helikoptercrash in Nepal. Sandeep MahatJessica Wilford en Sher Bahadur Karki (Raj) vlogen terug naar Kathmandu na het verlenen van medische en humanitaire hulp in door de aardbeving getroffen dorpen in het Sindhupalchowk-district.

 

Wij zijn diep geraakt door dit verlies en hebben met grote droefheid afscheid van hen genomen. Moge zij in vrede rusten.

 

Sandeep, arts, werkte sinds september 2006 voor Artsen zonder Grenzen. Binnen Artsen zonder Grenzen stond hij bekend als een rots in de branding. Hij werkte lange tijd in Nepal en India. Toen de aardbeving zijn moederland Nepal in april trof, was hij een van de eersten die hulp bood. Sandeep zal altijd in onze herinnering blijven om de trots waarmee hij over zijn werk voor ons sprak, waarmee hij anderen inspireerde ook bij ons te komen werken. Mensen die hem goed kenden noemen zijn bedachtzame en attente natuur, de steun en raad die hij bood aan ieder om hem heen hoe druk hij het zelf ook had. Hij was een mentor. Hij laat een vrouw en twee dochtertjes achter.

 

Jessica, tevens arts, werkte voor het eerst voor Artsen zonder Grenzen in september 2012. Zij werkte in Goronyo, Nigeria, toen zij voor een noodhulpactie vanwege grootschalige loodvergiftiging naar Zamfara, ook in Nigeria, ging om ernstig zieke kinderen te behandelen. Van maart tot en met november 2014 werkte zij in Wardher en Gambella, in Ethiopië. Zij aarzelde geen moment om hulp te bieden aan de aardbevingsslachtoffers in Nepal. Jessica’s glimlach zal blijven stralen in de gedachten van iedereen die met haar heeft gewerkt en zal hen bijblijven als teken van haar altijd goede humeur en de gulheid van haar grote hart. Zij was een positief ingestelde en toegewijde dokter, altijd klaar voor een dansje om even te ontspannen. Onze gedachten zijn bij haar familie en haar vriend.

 

Raj, psycholoog, was nog maar net begonnen bij Artsen zonder Grenzen nadat hij eerder in het jaar zijn postdoctorale studie in psychologische counseling had afgerond. Hij was blij dat hij zijn landgenoten kon helpen na de aardbeving. Een aantal van zijn vrienden bij Artsen zonder Grenzen had eerder met hem gewerkt, en in de korte tijd dat hij bij ons werkte, heeft hij een blijvende indruk gemaakt op zijn nieuwe collega’s. Hij zal in hun herinnering blijven om zijn hartelijke ondersteuning, zijn aanmoedigingen om de moed erin te houden, en zijn zichtbare blijdschap als hij met zijn zoontje aan het zwemmen was. Hij laat een vrouw en een zoontje achter.


Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Patiënten met beschermende maskers wachten op de tuberculoseafdeling van de kliniek van Artsen zonder Grenzen in Makanyane. Swaziland, oktober 2013.
© Sven Torfinn

De strijd tegen tuberculose

‘De onderzoeksresultaten zijn heel bemoedigend'

 

‘Het is fantastisch om te zien hoe positief mensen zijn over onze behandeling tegen tuberculose (tbc). Sommige patiënten, die door de ziekte erg afvallen, komen weer 25 kilo in gewicht aan, je herkent ze bijna niet. Het is altijd heel bevredigend als je mensen ziet genezen van een potentieel dodelijke ziekte. Dat is altijd een heel vrolijk slot van de werkdag!

 

Dubbele besmetting

Swaziland kent een enorm hoog percentage mensen dat besmet is met hiv/aids: 31% van de mensen tussen de 18 en 45 jaar. Ondanks het gebruik van aidsremmers, verzwakt de weerstand van de patiënten. De kans dat je dan ook nog eens tbc krijgt, is 10 tot 20 keer hoger dan bij een gezond persoon. Bij zo’n dubbele besmetting is de kans dat je als aidspatiënt voortijdig overlijdt, veel groter.

 

Vreselijke bijwerkingen

In Swaziland behandelen we sinds 2010 samen met de overheid tuberculose, hiv/aids en de combinatie daarvan. We hebben daarbij speciale aandacht voor de vormen van tuberculose die resistent zijn tegen de normale behandelingen. De huidige standaardbehandeling tegen resistente tbc duurt 20 tot 24 maanden. Hij is heel belastend voor de patiënten, want hij bestaat uit een enorme serie pillen die dagelijks genomen moet worden én dagelijkse pijnlijke injecties. De medicatie heeft ook nog vreselijke bijwerkingen, zoals doofheid, nierfalen, psychoses, én er is ook een grote kans dat mensen door de gifstoffen in de medicatie de behandeling niet overleven. De slagingskans is in de meeste landen maar 50% en de behandeling is ook nog eens heel duur.

 

Bemoedigend

Artsen zonder Grenzen streeft al tijden naar alternatieven voor de kuur. In Swaziland zijn we in 2014 samen met het ministerie van Volksgezondheid gestart met een onderzoek naar een behandeling van 9 maanden. Dat was naar aanleiding van veelbelovende research in Bangladesh. De eerste resultaten van ons onderzoek, die in 2015 binnenkwamen, zijn heel bemoedigend. Van de 52 patiënten die in dat jaar de behandeling voltooiden, zijn 41 genezen verklaard, een slagingspercentage van 79%! En dat met een behandeling die zo’n 15 maanden korter duurt en ook nog eens veel goedkoper is: € 335 per patiënt voor de 9-maands behandeling tegenover € 3.500 per patiënt voor de 24-maands variant!

We hopen onze studie in september 2018 af te ronden, maar het heeft al de belangstelling van bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie, die waarschijnlijk dit jaar deze behandeling als een volwaardig alternatief voor de 20-maands behandeling zal aanbevelen.

 

Nieuwe combinatie

Het “geheim” van de 9-maands behandeling is een nieuwe combinatie van bestaande medicijnen. Voor de rest is de kuur hetzelfde als de langere variant, met de vreselijke injecties en het risico van de bijwerkingen. Daarom is de 9-maands behandeling voor ons niet meer dan een tussenstap op weg naar het einddoel: een kuur van zes maanden zónder injecties, zónder de bijwerkingen en op basis van maar vier medicijnen.

 

Hoogwaardige studie

In het tbc-project van Artsen zonder Grenzen in Oezbekistan start dit jaar een onderzoek naar de 6-maands behandeling, dat mede mogelijk is gemaakt door een speciale bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. Het gaat om een wetenschappelijk zeer hoogwaardige studie, waarbij we samenwerken met gerenommeerde instituten als The TB Alliance (een internationaal samenwerkingsverband voor de ontwikkeling van medicijnen tegen tbc), de London School for Hygiene and Tropical Medicine en de Liverpool School of Medicine.

 

Onderzoek

We willen dat onderzoek op termijn ook hier in Swaziland doen, maar het vraagt een enorme inspanning, omdat het geen aanpassing van een bestaand protocol is, maar een hele nieuwe behandeling. Bij onderzoek daarnaar gelden er hele strenge wetenschappelijke normen en controlemechanismen, waarvoor de omstandigheden hier nu nog niet optimaal zijn. Maar we hopen dat we in 2017 ook hier met dat onderzoek van start kunnen gaan, zodat we als Artsen zonder Grenzen uiteindelijk een effectieve, snelle en menswaardige behandeling voor patiënten met resistente vormen van tuberculose een stuk dichterbij kunnen brengen. Als je ziet wat we nu al bereiken met de 9-maands kuur, kan ik niet wachten tot we eindelijk die stap gaan zetten!’


afbeelding van Kees Keus
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Augustine Kargbo overleefde ebola. Hij viert dat hij het ebolabehandelcentrum mag verlaten. Sierra Leone, december 2014.
© Anna Surinyach

Ebola-epidemie

‘Ronald, is het nu helemaal weg?’

 

‘Ik begon 2015 wel met wanhoop. Hoe gaan we ebola in vredesnaam uitbannen in Sierra Leone? En dan ben je aan het eind van het jaar terug in een land dat zo goed als ebolavrij is. Dat is zo machtig!

 

Ik heb onze teams in Sierra Leone vier keer bezocht in 2015, dus ik heb de ontwikkelingen goed kunnen volgen. Het eerste positieve signaal kwam al eind 2014, toen er veel meer behandelcentra kwamen van allerlei andere organisaties, die al dan niet waren getraind door ons. Dat zorgde ervoor dat we ons grote centrum in de oostelijke plaats Kailahun, waar we in totaal zo’n 2.000 (mogelijke) ebolapatiënten hadden opgenomen, al begin 2015 konden sluiten.

 

Focus

Tegelijkertijd was meer naar het westen, waar ook de hoofdstad Freetown ligt, de epidemie nog volop gaande. Naast onze andere projecten in Magburaka en Bo kwam daar onze focus op te liggen. Ook hebben we ons ingezet voor het verbeteren van de samenwerking en communicatie tussen Sierra Leone en buurland Guinee. Ebola laat zich uiteraard niet stoppen door landsgrenzen en zo werden mensen die in contact waren geweest met ebolapatiënten ook over de grens opgevolgd.

 

Moeder-en-kindzorg

Vanaf april was het aantal ebolapatiënten in het land zover gedaald, dat we ons ook konden gaan richten op het weer overeind helpen van de medische zorg die door de epidemie was ingestort. Sierra Leone heeft de hoogste cijfers voor kraamsterfte ter wereld. Dat was al zo voor de ebola-epidemie en dat probleem trad nu weer op de voorgrond. Daarom hebben we in het ziekenhuis van Magburaka een speciale kliniek voor moeder-en-kindzorg geopend. Die ging in januari 2016 van start.

 

Overlevenden

In Magburaka hadden we al eerder, in augustus 2015, een kliniek opgezet voor de fysieke en psychische aandoeningen van de patiënten die ebola overleefd hadden. Een van de bijzondere aspecten van deze grote ebola-uitbraak is dat er voor het eerst ook veel mensen zijn die de ziekte hebben overleefd. We krijgen nu pas een beeld van de problemen waar deze mensen mee geconfronteerd worden. In een groot aantal gevallen gaat het om oogklachten met een risico op blindheid. Veel mensen krijgen ook gewrichts- en spierpijn. Die klachten lijken vooral behandelbaar als je er op tijd bij bent, maar het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of ze chronisch worden.

 

Psychische impact

In de kliniek kunnen mensen ook terecht voor hulp bij de psychische impact van het traumatische verblijf in een ebolacentrum, het risico outcast te worden in de gemeenschap, het verlies van dierbaren, enzovoort…

De impact die de epidemie heeft gehad op de mensen was goed te voelen in de gesprekken die ik met onze Sierraleoonse medewerkers had. Er was een enorme blijdschap dat de epidemie zo goed als verdwenen was, maar uiteindelijk zei iedereen tegen me: “Ronald, het blijft wel in m’n achterhoofd zitten: is het nu helemaal weg en als het terugkomt, wordt het dan weer zo groot?”.

 

Wonden uitgewist

Voor mij symboliseerde het terrein van onze voormalige grote ebolakliniek in Kailahun de situatie in Sierra Leone eind 2015. Het hele terrein was volledig overgroeid. Het was net of de natuur alle wonden uitgewist had. Toch kon je op de begraafplaats nog de plaatjes met patiëntnummer, naam en leeftijd vinden van mensen die ik eerder misschien wel als patiënt had verzorgd...

 

Toekomst

Het zal mij niet verbazen als we van tijd tot tijd weer kleine uitbraken van ebola in de West-Afrikaanse landen Guinee, Liberia en Sierra Leone zullen zien. Dat is al een paar keer gebeurd, maar het ging dan gelukkig steeds maar om een paar patiënten. Mijn hoop is dat de gezondheidszorg in Sierra Leone en de andere landen in staat zal zijn om nieuwe uitbraken steeds weer in de kiem te smoren. De toekomst zal het moeten uitwijzen.’


afbeelding van Ronald Kremer
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Verpleegster Crystal behandelt George Tut die in zijn rug werd geschoten toen mannen zijn dorp aanvielen. Zuid-Sudan, december 2015.
© Dominic Nahr

Zuid-Sudan

‘We voelden ons zo machteloos’

 

‘Ons team in Bentiu, Zuid-Sudan, kwam erachter dat maar een klein aantal vrouwen naar de kliniek kwam voor medische hulp na verkrachting. Tegelijkertijd was het bekend dat seksueel geweld erg veel voorkwam. Eén vrouw zei: “Als ik iedere keer naar de dokter zou gaan als ik verkracht was, dan zat ik hier elke dag…”. Deze uitspraak vind ik vandaag de dag nog net zo verbijsterend als toen ik ‘m voor het eerst hoorde. Het is voor mij de perfecte samenvatting van de tragedie die zich in Zuid-Sudan in 2015 heeft afgespeeld.

 

Dood en verderf

De burgeroorlog die in december 2013 uitbrak, bleef ook in 2015 dood en verderf zaaien onder de bevolking van Zuid-Sudan. Bijna al onze projecten in Zuid-Sudan kregen te maken met acute noodsituaties gedurende het jaar. Maar de meest urgente situaties waren die in het centrale deel van Unity State, zowel in het kamp op de VN-basis bij de stad Bentiu als in de regio rond de stad Leer.

 

Machteloos

De bevolking van het kamp op de VN-basis verdriedubbelde in 2015, van 40.000 mensen in januari tot 120.000 in december. De vluchtelingen daar werden getroffen door een aantal gelijktijdige uitbraken van ziekten, terwijl ze ook al te kampen hadden met bijvoorbeeld ondervoeding en seksueel geweld… We moesten allerlei noodhulpoperaties tegelijkertijd uitvoeren.

 

Afgrijselijke verhalen

Rond Leer waren de mensen naar de bush en de moerassen gevlucht. Ze hadden met dezelfde bedreigingen te maken als in Bentiu, maar misten de relatieve bescherming van het kamp. We hoorden de meest afgrijselijke verhalen van de mensen die erin waren geslaagd van Leer naar Bentiu te komen. Dorpelingen waren verbrand in hun huizen, jonge meisjes en masse verkracht voor het oog van de verzamelde gemeenschap en nog erger. We voelden ons zo machteloos, omdat we de mensen gewoonweg niet konden bereiken door de onveiligheid. Door dat gebrek aan veiligheid moesten we ons team zeker twee keer uit Leer evacueren. Ons ziekenhuis werd driemaal volledig geplunderd.

 

Aangrijpend

Via onze heldhaftige Zuid-Sudanese medewerkers konden we toch hulp bieden tijdens de evacuaties van onze internationale medewerkers. Zij konden de mensen in de moerassen rond Leer nog steeds bereiken met rugzakken met medicatie.

 

Gedurende het jaar waren onder de vele burgers die omkwamen in de oorlog ook vijf van onze Zuid-Sudanese collega’s. Op een ochtend werd ik wakker en ik dacht: “Mijn God, dit is niet normaal…". Ik heb in heel veel gewelddadige omstandigheden gewerkt, maar om vijf collega’s in drie maanden te verliezen was erg uitzonderlijk en aangrijpend.

 

Toegang

Het was een periode waarin het lastig was om te bepalen wat we nog meer konden doen. We hadden geen directe toegang tot deze mensen, maar hoe konden we werkeloos en zwijgend toekijken terwijl we geconfronteerd werden met zulke wreedheden? Aan de andere kant, als we hierover de publiciteit zouden zoeken, zou dat zeer waarschijnlijk onze mogelijkheden om op korte termijn wél substantiële hulp aan deze mensen te kunnen geven alleen maar reduceren. De kans was dan erg groot dat de Zuid-Sudanese regering ons de toegang tot het gebied zou ontzeggen.

 

En dan: wie zouden we aanspreken? De Zuid-Sudanese regering, die z’n eigen bevolking in de steek liet? De Verenigde Naties, die niet ingreep terwijl er wel een vredesmacht in het land was? De internationale gemeenschap, omdat die de ontwikkelingen in Zuid-Sudan negeerde?

 

Dilemma

We stonden voor een groot en confronterend dilemma. En hebben we uiteindelijk het goede gedaan? We besloten ons niet publiekelijk uit te spreken vanuit het idee dat het in dit geval beter was iets van hulp te kunnen bieden dan helemaal niets. Niet lang daarna begonnen bovendien andere organisaties aandacht te vragen voor het extreme geweld in Unity State.

 

Gelukkig kregen we aan het eind van het jaar meer grip op de gezondheidssituatie in zowel het kamp op de VN-basis, waar we een grote campagne hielden om malaria te bestrijden, als in de regio rond Leer. Daar lukte het om onder meer voedseldistributies uit te voeren en een grote vaccinatiecampagne tegen mazelen onder kleine kinderen te houden.’


afbeelding van Tara Newell
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Arts Mahmood Menapal bespreekt met zijn medische team de behandeling van de gewonde Samir al Asib in het Al Rawdah ziekenhuis in Taiz. Jemen, juli 2015.
© Artsen zonder Grenzen

Jemen

‘Het is een dagelijkse strijd’

 

Ik ben in Taiz, een stad in Jemen met 600.000 inwoners waar volop wordt gevochten. Elke dag zijn er bombardementen. Mensen zijn bang dat ze door sluipschutters, verdwaalde kogels en mortiervuur worden geraakt. Ikzelf ben ook bang voor de luchtaanvallen. De straaljagers vliegen erg laag en het geluid is verschrikkelijk. Maar meestal ben ik druk en reageer ik niet, tenzij de aanval zo hevig is dat ons ziekenhuis staat te schudden. Dan schuilen we in de kelder van het gebouw, waar ook de operatiekamer is.

 

Verwoest

Van de twintig ziekenhuizen in de stad zijn er nog maar zes open. Omdat ziekenhuizen verwoest zijn of omdat het medisch personeel gevlucht is. Als er nog wel personeel is hebben ze vaak geen medicijnen, apparatuur of andere middelen om patiënten te verzorgen.

 

Dagelijkse strijd

Naast het werk in ons eigen ziekenhuis, ondersteunen we ook nog drie ziekenhuizen in de binnenstad, zodat mensen nog ergens terecht kunnen voor medische hulp. We zorgen voor medicijnen en andere medische voorraden, en bijvoorbeeld brandstof voor generatoren. Het is een dagelijkse strijd. Elke dag stromen de gewonden binnen en krijg ik telefoontjes van andere ziekenhuizen waarin ze vragen om zuurstof voor de intensive care-unit of operatiekamer. Helaas kunnen we op dit moment niet veel voor ze doen, want het is heel moeilijk om materialen het land in te krijgen. We zijn een maand bezig geweest om spullen als infuusvloeistoffen, verdovingsmiddelen, hechtmateriaal, antibiotica en zuurstofflessen aan te voeren. Twee keer werd ik met m’n team urenlang bij een checkpoint vastgehouden en daarna onverrichterzake teruggestuurd. Enorm frustrerend!

 

Ernstige ondervoeding

Gelukkig is er ook goed nieuws. Op 7 november hebben wij een ziekenhuis voor moeder-en-kindzorg, met 110 bedden, geopend. Want ook in oorlogstijd bevallen vrouwen, worden kinderen ziek en zijn inentingen nodig. Als eerste ging de polikliniek open. Die was in de eerste week al zo druk (300 patiënten per dag!) dat we rond het middaguur een stop inlasten om iedereen die al binnen was te kunnen onderzoeken en behandelen. In die eerste dagen hadden we ook meteen dertig kinderen met ernstige ondervoeding in de wachtkamer. Vijf daarvan hebben we naar een ander, door ons ondersteund, ziekenhuis gebracht. Ze waren te ziek om poliklinisch behandeld te worden. De anderen kregen speciale verrijkte voeding van ons mee, een soort van superpindapasta. Zij komen terug voor medische controle.

 

Meest kwetsbaar

In tijden van oorlog zijn vrouwen en kinderen het meest kwetsbaar. Kinderen zijn extra gevoelig voor infecties en ziekten en vrouwen kunnen hier helemaal nergens terecht. Alle ziekenhuizen zitten vol met gewonden, strijders vooral, en dat zijn mannen. Daar voelen ze zich niet prettig bij. Daarom bestaat onze staf in dit ziekenhuis  uit uitsluitend vrouwen. Er zijn drie internationale hulpverleners, mijzelf inbegrepen, en ongeveer 60 Jemenitische medewerkers. Van vroedvrouw, dokter tot laborant. Alleen maar vrouwen, dat is geweldig om te zien! Ze zijn super gemotiveerd en lopen met een grote glimlach rond. Ze doen het echt geweldig, ik ben enorm trots op ze. We hadden bedacht dat we er een echt vrouwenziekenhuis van wilden maken en dat is nog gelukt ook! De vrouwen voelen zich vrij hier, ze halen hun sluiers op en voor het eerst zie ik hun gezichten.


afbeelding van Nora Echaibi
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Op weg naar Messina, Sicilië, deelt noodhulpcoördinator Wil Turner voeding uit aan vluchtelingen die zijn opgepikt uit zee. Middellandse Zee, mei 2015.
© Ikram N'gadi

Vluchtelingencrisis

‘We voelen ons voor het eerst weer eens veilig’

 

‘De dag nadat we op 3 mei de eerste groep van 369 mensen op zee hadden gered, vroeg ik ‘s ochtends aan de vluchtelingen hoe hun nacht was geweest. Velen van hen zeiden dat ze in geen maanden of jaren zo lekker hadden geslapen. Ik vroeg ze hoe dat in hemelsnaam kon in de buitenlucht op het kale dek van een schip. Hun antwoord was: “Dit is voor het eerst dat we ons weer eens veilig voelen.” Dat was heel ontroerend.

 

Medisch team

Ons team bestond uit een projectcoördinator, een logistiek medewerker, een verpleegkundige, nog een arts en ik. We waren een paar dagen eerder op Malta aan boord gegaan van het reddingsschip van de hulporganisatie Migrant Offshore Aid Station (MOAS). Die organisatie had met haar schip ook in 2014 mensen van zee gered. Ze wilde in 2015 graag een medisch team aan boord om geredde vluchtelingen adequate medische zorg te kunnen bieden. We hadden een klein kliniekje aan boord met medicatie en materialen voor alle mogelijke aandoeningen. In totaal duurde de samenwerking met MOAS tot eind september; in die tijd hebben we samen 6.985 mensen van zee gehaald.

 

Ongerustheid

Vooral heel indrukwekkend was de opluchting als mensen net aan boord waren gebracht. Ze kusten vaak het dek of omhelsden me, uit pure blijdschap dat ze gered waren…. Daarna vielen ze al snel uitgeput in slaap. Als we dan dichter bij de kust kwamen zag je in hun ogen de ongerustheid over wat er komen ging weer toenemen.

 

Mishandeling

Het was bijzonder dat velen Artsen zonder Grenzen ook al kenden vanuit hun land van herkomst. Ze waren blij dat ze eindelijk weer goede medische zorg konden krijgen. Veel mensen hadden tekenen van mishandeling: zwangere vrouwen die in hun buik waren geschopt en wilden weten of alles nog goed was met hun kind, mannen van wie de tanden uit hun mond waren geslagen.

 

Verhalen

Tijdens de reis naar Italië brachten we veel tijd door tussen de vluchtelingen zodat ze hun verhaal konden vertellen en we hen een gevoel van veiligheid en welkom konden geven. Een verhaal dat me bijzonder bij is gebleven was dat van een vrouw uit Eritrea, die met haar dochtertje op weg was naar Europa. Haar man was gevangengenomen omdat hij ergens tewerk was gesteld en daartegen had geprotesteerd. Ze zei dat ze ook naar Europa wilde om daar te vertellen over de situatie in haar land. Ik vroeg hoe het kwam dat ze zo goed Engels sprak, en ze vertelde dat ze ingenieur was. Dat liet me weer zien dat iedereen gedwongen kan worden te vluchten, onafhankelijk van wie je bent, hoe je leeft of wat je opleidingsniveau is.

 

Wanhoop

Elk verhaal dat ik hoorde was er één van wanhoop, van geen uitweg meer zien in eigen land en dan in godsnaam maar het water op. Daarom wilde ik meedoen aan deze reddingsoperatie: ik vind het onacceptabel dat mensen om in veiligheid te komen het risico moeten nemen op zee te verdrinken. Het is erg mooi dat ik heb kunnen bijdragen aan het redden van mensen die geen andere keus hadden dan die tocht te ondernemen. We hebben hen halverwege de reis naar een hopelijk betere toekomst, een gevoel van veiligheid en waardigheid kunnen bieden.'


afbeelding van Erna Rijnierse
Sluiten
© Artsen zonder Grenzen

Hulp aan Syrische vluchtelingen

‘De stad zag er apocalyptisch uit’

 

‘De aanval kwam als een complete verrassing. Ons gloednieuwe containerziekenhuis in Kobane, Noord-Syrië, kwam in het kruisvuur te liggen. We hadden de bouw net afgerond en de opening was voor de week erna gepland, toen Islamitische Staat onverwacht in de vroege ochtend van 25 juni Kobane aanviel.

 

Enorme klap

Het was een zwarte dag voor Kobane: 300 inwoners kwamen om. Gelukkig bleven onze medewerkers ongedeerd. We verloren wel het ziekenhuis dat we met zoveel hard werken hadden opgezet. Dat was een enorme klap voor ons team na maanden van hard werken in een bijna volledig verwoeste stad. Het ziekenhuis in Kobane was onderdeel van een groter plan om gratis basis- en secundaire gezondheidszorg te bieden aan de bevolking in het gebied. Bij dat project hoorde ook het verzorgen van vaccinaties, psychosociale hulp en de distributie van noodhulpgoederen.

 

Nieuw kliniek

Gelukkig konden we de activiteiten snel herstarten dankzij onze samenwerking met de gezondheidsautoriteiten in Kobane. Zelfs tijdens de gevechten boden onze medewerkers hulp aan inwoners van de stad die zich in een bos op een kilometer afstand schuilhielden.

Al binnen een paar dagen na de gevechten behandelden we in onze nieuwe polikliniek patiënten. Aan het eind van het jaar hadden we een vaccinatiecampagne uitgevoerd voor meer dan 5.700 kinderen, drie gezondheidsposten in omliggende dorpen opgezet en een kleine unit voor secundaire zorg ingericht op een tijdelijke locatie.

 

Continu bang

Het feit dat wij als Artsen zonder Grenzen weer aan het werk zijn, betekent echter niet dat de situatie weer normaal is in Kobane. De mensen zijn continu bang voor zelfmoordterroristen of andere aanvallen. Het is nauwelijks mogelijk handel te drijven, want steeds als de spanning toeneemt, gaat de grens met Turkije dicht. Vanwege beperkingen op de invoer van sommige producten, is het onmogelijk om materiaal voor herbouw van de stad aan te voeren.

 

Samenwerking

In 2015 zijn we, naast ons werk in de regio Kobane, ook doorgegaan met onze hulpverlening aan Syrische vluchtelingen in buurland Turkije, grotendeels in samenwerking met de Turkse hulporganisatie Support to Life (Steun Voor Leven) en International Blue Crescent (Internationale Blauwe Halve Maan). Door deze samenwerkingen hebben we psychosociale hulp en voorlichting op het gebied van voeding voor baby’s en jonge kinderen kunnen geven. We hebben ook voedselrantsoenen en noodhulpgoederen verdeeld onder meer dan 20.000 vluchtelingen bij de stad Akcakale. Voor vluchtelingen bij de stad Suruc hebben we de watervoorziening en de sanitaire voorzieningen verbeterd.

 

Weinig toekomst

Veel van de 2.7 miljoen Syrische vluchtelingen in het land hebben erg weinig toekomst in Turkije. De enige mogelijkheid is een tijdelijke beschermingsstatus, zonder kans op werk of op scholing voor hun kinderen. Toen de oorlog in Syrië steeds uitzichtlozer begon te worden, koos een deel van de vluchtelingen er dan ook voor in de zomer van 2015 naar Europa te gaan.

 

Grote zorgen

In 2016 zal onze grootste uitdaging in Turkije zijn om de mensen in de plattelandsgebieden te bereiken en goed in de noden van de vluchtelingen in de steden te voorzien. Wat betreft Syrië heb ik grote zorgen. De voortdurende oorlog daar zal steeds meer mensen op de vlucht jagen. Het lot van de mensen die willen vluchten, is direct verbonden met de bereidheid van andere landen om hen op te nemen. Nu al zitten 80.000 vluchtelingen vast aan de Syrische kant van de grens met Turkije. Afhankelijk van de mogelijkheden om uit te kunnen wijken naar elders, zal het voor hen mogelijk zijn om het geweld in Syrië te ontvluchten.’


afbeelding van Jason Mills
Sluiten
Meer informatie over deze foto...
Arts Simon Bryant buigt zich over een man die onwel is geworden van de benzinedampen op de boot waarop hij de Middellandse Zee probeerde over te steken. Italië, augustus 2015.
© Gabriele François Casini/Artsen zonder Grenzen

Voorwoord

Strijd voor menswaardigheid

 

Ook in tijden van oorlog, te midden van chaos en geweld, moeten ziekenhuizen onschendbaar zijn. Elke zieke en gewonde moet er zorg, veiligheid en menselijkheid kunnen vinden. Maar of dat nog zo is, is zeer de vraag.

 

In oktober 2015 werd het traumaziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Kunduz, Afghanistan, gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht. Nog tijdens de aanval riep het team de legerleiding meermaals op om de aanval op het ziekenhuis te stoppen. Dat gebeurde niet. Het bombardement hield nog een uur lang aan. 42 mensen, onder wie 24 patiënten en 14 hulpverleners, kwamen om het leven.

 

In Jemen werden tussen oktober en januari drie door Artsen zonder Grenzen ondersteunde medische voorzieningen geraakt bij luchtaanvallen, dit keer door straaljagers van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie. In alle gevallen, in Jemen en Afghanistan, waren de coördinaten van de ziekenhuizen bekend. Alle aanvallen werden nadien afgedaan als ‘menselijke fouten’.

 

Dat onze klinieken aangevallen worden, kennen we helaas uit diverse burgeroorlogen, zoals die in Zuid-Sudan. Maar het angstaanjagende van de reeks luchtbombardementen op onze klinieken die in 2015 begon, is behalve het grote aantal in korte tijd, ook de betrokkenheid van staten, ondertekenaars van oorlogsrechtelijke verdragen. Onze zorgen werden nog versterkt door de brede onwil om onafhankelijke onderzoeken naar de redenen erachter mogelijk te maken.

 

Als Artsen zonder Grenzen hulp gaat bieden in een conflictgebied, onderhandelt zij met strijdende partijen om medische zorg aan alle patiënten – burgers én strijders – te kunnen geven. Dat is niet alleen een voorwaarde voor Artsen zonder Grenzen, die neutraliteit is vastgelegd in het Verdrag van Genève. Datzelfde verdrag stelt dat ziekenhuizen onder geen beding aangevallen mogen worden.

 

Mensen die proberen te overleven in het zwartste zwart van de oorlog móéten toegang tot medische zorg hebben, zoals vastgelegd in het Verdrag van Genève. We moeten erop kunnen rekenen dat de spelregels die onze ziekenhuizen beschermen, ook echt gelden. De vraag is nu echter hoe het nu verder gaat. Nemen de bombardementen verder toe? Is er nog enige bescherming of zijn onze teams in oorlogsgebied straks vogelvrij?

 

Ik kan me helaas niet aan de indruk onttrekken dat deze serie schendingen van het oorlogsrecht deel is van een grotere wereldwijde neerwaartse spiraal als het gaat om humanitaire waarden.

 

Wat betreft Europa, hebben we dat in 2015 van nabij meegemaakt. Van 1 mei tot eind september werkten we samen met de organisatie MOAS (Migrant Offshore Aid Station). In die tijd redden we 6.985 mensen van wrakke bootjes op de Middellandse Zee. Wij konden het niet langer aanzien dat mensen alleen met gevaar voor eigen leven een tocht naar veiligheid konden ondernemen. Én we wilden met onze acties aandacht vragen voor het lot van deze mensen. Ook onze Belgische en Spaanse collega’s gingen met reddingsschepen de zee op. Samen hebben we van mei tot en met december 2015 op de Middellandse Zee 20.129 mensen gered.

 

Via ons werk op zee, onze hulpacties op de Griekse eilanden en elders hebben wij met eigen ogen gezien hoe het Europese beleid rond vluchtelingen zich ontwikkelt. Het beeld stemt droevig: niet de bescherming van mensen is het uitgangspunt, maar het sluiten van grenzen en het terugsturen van vluchtelingen. Het akkoord tussen de EU en Turkije is het voorlopig dieptepunt van dit beleid. Onze teams in Turkije en Noord-Syrië zien de effecten van de beperkende maatregelen van de EU: 80.000 mensen zitten opgesloten in het Syrische conflictgebied, doordat de Turkse grens potdicht zit.

 

Op het spel staan de levens en de veiligheid van honderdduizenden mensen in conflictgebieden. Het is een illusie te denken dat Europa met nog scherpere maatregelen de vluchtelingenproblematiek volledig buiten de deur zal kunnen houden. Het optrekken van muren en het sluiten van grenzen zal de mensensmokkelindustrie doen groeien en leiden tot meer doden onderweg. Het is hoog tijd voor politiek leiderschap waarbij elk land naar vermogen bijdraagt aan de opname van vluchtelingen én waarbij gestreden wordt voor hernieuwd respect voor humanitaire hulp. Waar de politiek niet in staat blijkt te voorkomen dat onschuldige burgers omkomen of dat hun levens duurzaam ontwricht raken, is dat wel het minste wat ze wél kan doen.

 

Ondertussen blijven wij alles op alles zetten om mensen in door geweld verscheurde landen als Syrië, Jemen en Zuid-Sudan de levensreddende zorg te bieden waar ze recht op hebben. We zijn daarbij zeer dankbaar voor de hartverwarmende steun van onze donateurs. Zij zijn onmisbaar in onze strijd voor menswaardigheid daar waar die het meest wordt bedreigd.


afbeelding van Arjan Hehenkamp
Sluiten

High
lights

High
lights

Projec
ten

Feiten &
Cijfers

Finan
cieel

Naar het Jaarverslag 2015

In dit jaarverslag nemen een aantal van onze medewerkers u mee naar enkele van onze projecten. Wat betekent het om medische noodhulp te bieden op plekken waar geweld en onrecht vrij spel hebben? Wat kunnen wij daar met uw donaties doen?

Voorwoord

Algemeen directeur Arjan Hehenkamp

Strijd voor menswaardigheid

Lees meer

Hulp aan Syrische vluchtelingen

‘De stad zag er apocalyptisch uit’

Jason Mills, projectcoördinator

Lees meer

Vluchtelingencrisis

'We voelden ons voor het eerst weer eens veilig'

Erna Rijnierse, lid noodhulpteam

Lees meer

Jemen

'Het is een dagelijkse strijd'

Nora Echaibi, lid noodhulpteam

Lees meer

Zuid-Sudan

'We voelden ons zo machteloos'

Tara Newell, noodhulpcoördinator 

Lees meer

Ebola-epidemie

'Ronald, is het nu helemaal weg?'

Ronald Kremer, medisch noodhulpcoördinator 

Lees meer

De strijd tegen tuberculose

‘De onderzoeksresultaten zijn heel bemoedigend'

Kees Keus, medisch coördinator Swaziland

Lees meer

In memoriam

Lees meer

Colofon

Lees meer

Resultaten

2.314.701
Medische consulten
88.045
Opgenomen patiënten
772.690
Malariapatiënten behandeld
12.768
Grote chirurgische ingrepen
59.924
Bevallingen
49.616
Kinderen behandeld voor ondervoeding
58.545
Kinderen gevaccineerd tegen mazelen
224.553
Mensen gevaccineerd tegen hersenvliesontsteking
657
Mensen behandeld voor multiresistente tuberculose
46.064
Individuele psychosociale consulten
36.791
Mensen getest op kala-azar
52.623
Hiv-patiënten op aidsremmers (december 2015)
3.266
Mensen behandeld na seksueel geweld

Support

447.685
Donateurs
69.162
Volgers social mediakanalen (december 2015)
48.029
Gemiddeld aantal website-bezoekers per maand

Mensen

740
Uitgezonden medewerkers (fte)
7.675
Nationale medewerkers (fte)
226
Kantoormedewerkers (fte)

In 2015 breidde onze noodhulp zich aanzienlijk uit, met name in gebieden waar gewapende conflicten heersen. De crisissen in Syrië, Zuid-Sudan, Jemen en Afghanistan eisten het gehele jaar onze aandacht op. Vooral in Afghanistan en het Midden-Oosten schroefden we de activiteiten flink op, wat is terug te zien in de cijfers. In 2015 gaven we € 201 miljoen uit aan hulpprojecten, €  30,9 miljoen meer dan in 2014. Tegelijkertijd was de steun van donateurs overweldigend. Het Nederlandse publiek bracht maar liefst € 51,8 miljoen bijeen.

Uitgaven 2015

(als percentage van de totale uitgaven)

In 2015 gaven we in totaal € 234,7 miljoen uit. De uitgaven zijn als volgt verdeeld:

Uitgaven aan de doelstelling:

  • Noodhulp € 201,0 miljoen
  • Voorbereiding en coördinatie € 15,8 miljoen
  • Voorlichting en communicatie € 2,7 miljoen

Overige uitgaven:

  • Fondsenwerving € 8,1 miljoen
  • Beheer en administratie € 5,1 miljoen
  • MSF-India € 1,9 miljoen

Inkomsten 2015

(als percentage van de totale inkomsten)

In 2015 ontving Artsen zonder Grenzen in totaal € 256,4 miljoen. Dit was afkomstig van de volgende bronnen:

  • Donateurs in Nederland € 51,8 miljoen
  • Nationale Postcode Loterij € 20,2 miljoen *
  • Publieksbijdragen andere MSF-secties € 162,7 miljoen
  • Projectsubsidies institutionele donoren € 20,5 miljoen
  • Rente- en overige inkomsten € 1,2 miljoen

* In 2013 ontvingen we uit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij een bedrag van € 6,8 miljoen voor ons project voor betere behandeling van multiresistente tuberculose (MDR-TB). De inkomsten uit deze bijdrage worden geboekt in het jaar waarin we de uitgaven doen. In 2015 ging het om € 1,7 miljoen. In 2015 ontvingen we € 18,5 miljoen uit de opbrengst van de Nationale Postcode Loterij.

In 2015 hebben we voor onze noodhulpprojecten ongeveer € 0,6 miljoen aan giften in natura ontvangen. Het ging hierbij vooral om medicijnen en voedingsmiddelen.