Wat er verloren ging in Kunduz

afbeelding van Kathleen Thomas

Kathleen Thomas

Afghanistan, arts

Arts Kathleen Thomas werkte op de intensive care van ons traumaziekenhuis in Kunduz, Afghanistan. Ze blikt terug op haar eerste missie – één die voortijdig en op tragische wijze eindigde.

Ik ben weer thuis, in Australië. Maar zodra ik even niet afgeleid wordt door dagelijkse beslommeringen, gaan mijn gedachten meteen weer uit naar Afghanistan, naar ons traumaziekenhuis in Kunduz. Op 3 oktober 2015 werd het ziekenhuis herhaaldelijk, zonder mededogen, gebombardeerd door gevechtsvliegtuigen. Maar het zijn niet de verschrikkelijke beelden van na het bombardement waar ik het meest aan denk. Niet de oorverdovende herrie van de explosies. Niet de allesoverheersende geur van bloed. Ik denk vooral aan het verlies dat geleden is.

 

 

Van alle kanten

De week voor de aanval barstte er een hevige strijd los in Kunduz. Ik zat toen al vijf maanden in Afghanistan en dacht dat ik gewend was geraakt aan het idee van werken in een oorlogsgebied. Maar dit was anders. Het was ineens dichtbij en kwam van alle kanten. In het ziekenhuis zaten we te wachten op het onvermijdelijke: de golf gewonden die onmiddellijk hulp nodig hadden. Dat duurde langer dan verwacht. Vanwege de gevechten kon aanvankelijk niemand het ziekenhuis bereiken. Toen dat eenmaal lukte, volgde de langste week uit mijn leven.

 

Tak-tak-tak

Op die eerste dag kwamen er binnen een paar uur 130 gewonden binnen. We werkten ons een slag in de rondte, maar konden het nauwelijks aan. Wat me er vooral nog van bijstaat, zijn de wanhopige mensen die me aan mijn kleren trokken om mijn aandacht te trekken. Vrienden, familieleden, ouders van gewonden, smekend of ik hun naasten kon helpen. Patiënten lagen overal op de grond. Buiten ging het tak-tak-tak van machinegeweren door.

 

De intensive care van het traumaziekenhuis in Kunduz, Afghanistan, voor de aanval.

 

Extra matrassen

Die week draaide het ziekenhuis continu op overcapaciteit. Op de afdelingen werden de bedden tegen elkaar aan geschoven. Op de grond lagen extra matrassen. De operatiekamers waren dag en nacht bezet. Op de intensive care was het een komen en gaan. We deden ons uiterste best, maar verloren vele patiënten. Bij velen had dat voorkomen kunnen worden als zij op tijd naar het ziekenhuis waren gebracht, als we meer beademingsmachines en bloed voor transfusies hadden gehad.

 

Muren trilden

De frontlinie schoof elke dag op. En vaak zaten we erbovenop. Dan trilden de muren door de explosies. Ik was bang. Dat waren we allemaal. Als een ontploffing té dichtbij klonk, doken we allemaal op de grond, bij de ramen vandaan. Sommige collega’s huilden, anderen lachten nerveus naar elkaar. We probeerden de patiënten zo ver mogelijk van de ramen vandaan te krijgen, maar dat lukte nauwelijks. Er was nergens ruimte.

 

‘De meeste patiënten zouden nooit naar huis gaan’

 

Optimisme

De gevechten eisten een zware tol. Ook van ons. Aan het einde van week waren we fysiek, mentaal en emotioneel uitgeput. Toch was er ook optimisme. Veel patiënten op de intensive care waren namelijk herstellende van hun zware verwondingen. Zij zouden snel weer naar huis mogen. Zo was er Lal Mohammad, zelf een verpleegkundige, die zwaargewond was geraakt in de stad. Wahidullah, een twaalfjarig jongetje, met een ernstige hoofdwond. Shaista, slechts drie jaar oud, die haar linkerbeen kwijt was geraakt door een bomexplosie.

 

Vlammenzee

De meeste patiënten zouden echter nooit naar huis gaan. Net als de meeste hulpverleners die dienst hadden op de intensive care in de nacht van 3 oktober. Toen de Amerikaanse luchtmacht begon met haar aanval, werd de intensive care als eerst geraakt. Arts Osmani kwam om. Verpleegkundigen Zia en Naseer kwamen om. Schoonmaker Nasir kwam om. Ik hoop dat zij niet meekregen wat er gebeurde, dat het snel ging. Maar ik vrees van niet. Ze zaten gevangen in de vlammenzee. Eén patiënt op de intensive care overleefde het wonderwel. Kleine Shaista. Als enige. Haar moeder, die nooit van haar bed week, wist haar in veiligheid te brengen.

 

 

Permanente aandenkens

De rest van het hoofdgebouw werd met eenzelfde precisie geraakt. Velen op de eerste hulp, in de operatiekamers, op de verpleegafdelingen kwamen om. Nog meer raakten gewond. Zij hebben permanente aandenkens: verloren ledematen, brandwonden, oor- en oogschade. Ik huil om mijn gedode collega’s, om hun familie, om de jonge patiënten die nooit oud zullen worden.

 

Bevatten

Het ziekenhuis is volledig uitgebrand. Ook dat is verloren. Elke dag werden er tientallen levens gered en kregen honderden mensen medische zorg. Wat moeten zij nu? Wat moeten de overlevenden en toekomstig zieken en gewonden in Kunduz? Ik denk daar elke dag aan. En kan het nog steeds nauwelijks bevatten.

 

April 2016


afbeelding van Kathleen Thomas Geschreven door: Kathleen Thomas
Kathleen Thomas, uit Australië, werkt als arts voor Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld